INFORMATIE VOOR GEDUPEERDE TREINPASSAGIERS

Op zaterdag 21 april 2012 vond in Amsterdam een treinongeval plaats...


Costa Concordia

Op 14 januari vond een ongeluk plaats met het Italiaanse cruiseschip Costa Concordia...


Dringend advies: PIP-protheses moeten worden verwijderd

De inspectie en de Nederlandse Vereniging voor Plastische Chirurgie adviseren artsen PIP-protheses bij vrouwen te verwijderen...


Vernietigend rapport Nationale Ombudsman inzake baby Jelmer

Bij baby Jelmer ontstond een hersenbeschadiging nadat hij in 2007 in het Groningse UMCG een darmoperatie onderging...


Josée van de Laar benoemd tot lid van de compensatiecommissie seksueel misbruik RK kerk

De eerste 50 slachtoffers van seksueel geweld in de RK Kerk kunnen compensatie aanvragen...


Togaprotest

De plannen van het kabinet om de gefinancierde rechtshulp "toevoegingen" verder uit te kleden...


Het is goed en nodig dat de Consumentenbond pleit voor openheid in de zorg

Het is opvallend dat slachtoffers van medische fouten vaak lang wachten voordat ze zich tot een advocaat wenden...


Op 11 januari 2011 heeft het Hof Amsterdam arrest gewezen in de zaken die door 18 Nederlandse slachtoffers van het medicijn Vioxx en hun nabestaanden zijn aangespannen tegen fabrikant Merck en haar Nederlandse dochteronderneming MSD. Met deze procedure vorderen de slachtoffers vergoeding van schade door hartinfarcten en beroertes die door het gebruik van Vioxx is opgetreden.

De fabrikant had bij het Hof Amsterdam hoger beroep ingesteld tegen het vonnis dat op 11 november 2009 door de Rechtbank Haarlem was gewezen. Het hof heeft nu geoordeeld dat alle bezwaren van MSD/Merck tegen het vonnis van de rechtbank ongegrond zijn.

De beslissing betekent dat Merck en MSD aan de slachtoffers de registratiedossiers en marketingplannen van Vioxx moeten verstrekken. De fabrikant weigert dat tot dusverre.

De fabrikant Merck heeft ten behoeve van Amerikaanse slachtoffers in 2007 een schikkingsregeling getroffen waarbij een bedrag van 4,85 miljard dollar voor de slachtoffers van Vioxx beschikbaar is gekomen. Niet-Amerikaanse slachtoffers van Vioxx zijn van die schikking uitgesloten.

Het arrest van het Hof Amsterdam vindt u hier.

Voor nadere vragen over dit persbericht kunt u zich wenden tot John Beer, advocaat bij Beer advocaten. Hij is bereikbaar via telefoonnummer 020-6732199 en via e-mail: beer AT beeradvocaten DOT nl


Ondanks de Gedragscode Behandeling Letselschade (GBL) - die aandringt op afwikkeling in twee jaar - moeten acht van de tien letselschadeslachtoffers langer dan drie jaar wachten tot de schade is vergoed. Dat blijkt uit onderzoek van Stichting De Ombudsman in Hilversum. De stichting wil dat de code wordt verankerd in de wet, maar twijfelt wel aan die aanbeveling: 'Ironisch is dat de groep die zich niet conformeert aan de GBL, de advocatuur, het beste scoort. Zo bezien is het twijfelachtig of de GBL een gunstig effect heeft op de schaderegeling.' De geënquęteerde slachtoffers blijken namelijk het meest tevreden over de advocaten: 'Van de slachtoffers die een advocaat in de arm hebben genomen, heeft 46 procent aangegeven tevreden tot zeer tevreden te zijn over hun advocaat.' Maar geen enkel advocatenkantoor verbindt zich aan de code. Volgens voorzitter Margriet Pasma van de Vereniging van Letselschade Advocaten doet de code zowel afbreuk aan de onafhankelijkheid van de letselschadeadvocaat als aan diens mogelijkheid maatwerk te leveren. 'Gezien de resultaten van het onderzoek hebben letselschadeadvocaten ook zonder de GBL al een attitude die gericht is op een voortvarende, deskundige en rechtvaardige afwikkeling van de schade van het slachtoffer.'


Bron: Lex van Almelo, Advocatenblad Nieuwsbrief


Rechtbank Amsterdam 9 maart 2011, LJN BQ1743.


Onlangs wees de rechtbank Amsterdam een bijzonder vonnis. In deze zaak waarin de beperkingen van een slachtoffer in kaart moest worden gebracht, had de rechtbank twee deskundigen benoemd. Een verzekeringsgeneeskundige die een belastbaarheidsprofiel moest opstellen en een arbeidsdeskundige die onderzoek moest doen naar enkele arbeidsdeskundige aspecten.
De verzekeringsgeneeskundige kon op grond van een eerder rapport van een neuroloog zijn profiel opstellen. In plaats van een profiel op te stellen, trok de verzekeringsgeneeskundige de conclusies van de neuroloog in twijfel. De verzekeringsgeneeskundige motiveerde voorts niet waarom de conclusies van de neuroloog onjuist zouden zijn. De rechtbank besliste daarom dat het rapport van deze verzekeringsgeneeskundige niet bruikbaar is. De rechtbank vond dat de verzekeringsgeneeskundige buiten het terrein van zijn eigen expertise terrein was getreden en had nagelaten enige onderbouwing te geven van zijn stellingen. Het feit dat beide partijen opmerkingen hebben kunnen maken naar aanleiding van het concept rapport van de verzekeringsgeneeskundige, maar dit niet hebben gedaan, doet hier volgens de rechtbank niets aan af. De rechtbank ging echter verder. Nu de arbeidsdeskundige op zijn beurt bij de beantwoording van één van de vragen die hem gesteld was, rekening heeft gehouden met de bevindingen van de verzekeringsdeskundige, is het arbeidsdeskundige rapport evenmin bruikbaar. De rechtbank achtte bovendien van belang dat de bewuste arbeidsdeskundige ten tijde van het maken van het rapport in dienst trad bij een dochtermaatschappij van de aansprakelijke verzekeraar. De arbeidsdeskundige had dit niet gemeld, zodat geen toetsing heeft kunnen plaatsvinden of de arbeidsdeskundige nog wel onafhankelijk is. De rechtbank benoemt nieuwe deskundigen en houdt de zaak verder aan.
Deze zaak leert dat het goed is om kritisch naar rapporten van deskundigen te blijven kijken. De rechter bewaakt de kwaliteit van dit soort rapporten die meer dan eens beslissend zijn in dit soort procedures.


Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (hierna: EHRM) heeft een klacht in behandeling genomen tegen Ierland vanwege seksueel misbruik van een minderjarige gepleegd door een priester. Aan de klacht ligt ten grondslag dat mevrouw O'Keeffe op de lagere (katholieke) school stelselmatig was misbruikt door een leraar (de priester), terwijl de directie van de school al eerder op de hoogte was van de wandaden van deze leraar. De directie heeft nagelaten om daarover het Ministerie van Onderwijs en Wetenschap én de politie te informeren. De leraar kon daardoor tot zijn pensionering blijven lesgeven. Mede door de aangifte van mevrouw O'Keeffe is de leraar strafrechtelijk veroordeeld voor het misbruiken van ten minste 21 voormalige leerlingen. Mevrouw O'Keeffe heeft daarna via een civiele procedure en schadefonds schadevergoeding ontvangen. Kern van de klacht van mevrouw O'Keeffe is dat de nationale autoriteiten niet verantwoordelijk zijn gehouden voor het feit dat zij het misbruik niet hebben weten te voorkomen. De Staat had als verantwoordelijke voor en financier van het lager onderwijs zorg moeten dragen voor regelgeving dat kinderen beschermt tegen misbruik. Ook is de Staat verantwoordelijk voor het falen van de directie van de school, alle ambtenaren, en wegens het niet treffen van adequate maatregelen nadat misbruik werden gemeld. Mevrouw O'Keeffe stelt dat hierdoor dat artikel 3 EVRM (het verbod op onmenselijke en vernederende behandeling), artikel 8 EVRM (het recht op eerbiediging van het privé-leven) en artikel 2 van het Eerste Protocol (recht op onderwijs) onder meer zijn geschonden. Het EHRM heeft op 5 april 2011 Ierland gevraagd om te reageren op de klacht van mevrouw O'Keeffe (zie bijgevoegd persbericht van het EHRM). Een arrest is daarom nog niet gewezen door het EHRM. Zodra het arrest is gewezen maken wij dat bekend.


Komt allen op woensdag 14 september!


Als de kabinetsplannen voor verhoging van het griffierecht en bezuinigingen op de gefinancierde rechtshulp doorgaan, wordt de toegang tot het recht flink belemmerd. De Nederlandse Orde van Advocaten verzet zich daartegen. En aan onze zijde vinden wij veel andere organisaties. Het recht is van en voor iedereen. Daarom sta ik op woensdag 14 september tussen 11.00 en 13.00 uur op het Plein in Den Haag. Komt u ook?


Verder vraag ik u de via de onderstaande link onze petitie Recht voor iedereen te ondertekenen. Het is een kleine moeite en we doen het voor een goed doel: toegang tot het recht voor iedereen.

www.advocatenorde.nl/petitie


Vriendelijke groet,

Jan Loorbach,

Algemeen deken van de Nederlandse Orde van Advocaten


Door John Beer.


Het is opvallend dat slachtoffers van medische fouten vaak lang wachten voordat ze zich tot een advocaat wenden. Langer dan slachtoffers van verkeersongelukken. Het heeft -zo hoor ik vaak- te maken met de weerzin om de dokter op zijn fouten aan te spreken. Als een rode draad door mijn praktijk loopt de opmerking van veel cliënten dat zij nooit naar een advocaat waren gestapt als zij door de fout geen blijvende medische en/of psychische, en daardoor ook sociaaleconomische, problemen hadden gekregen. Het is een begrijpelijke afweging van slachtoffers om geen juridisch proces aan te spannen als het niet echt nodig is. Met als gevolg dat slechts een minderheid van de medische fouten onderwerp van een juridische discussie wordt en het langer, vaak jaren, duurt, voordat het juridische proces van start gaat. Hoe bewijst een patiënt wat zich jaren geleden tijdens de medische behandeling heeft voorgedaan? Er is een medisch dossier dat in zulke gevallen wordt opgevraagd. Iedereen die wel eens een medisch dossier heeft ingekeken weet dat dit dossier nooit exact en volledig weergeeft wat er tijdens en rondom een behandeling is gebeurd. Daarvoor is een medisch dossier ook niet bedoeld, althans zo wordt het niet opgesteld.


Als er binnen een ziekenhuis melding wordt gemaakt van een mogelijke medische fout met ernstige gevolgen wordt er bij het intern onderzoek ook niet volstaan met inzage in het medisch dossier van de patiënt. Alle bij de behandeling betrokken personen worden gehoord en daarvan wordt een verslag (feitenrelaas) gemaakt. Deze feitenrelazen zijn belangrijk om inzicht te krijgen in wat er precies is gebeurd.


In de praktijk bestaat discussie over de vraag of deze feitenrelazen aan de patiënt (en diens advocaat) ter beschikking gesteld moeten worden. Veel ziekenhuizen willen dat niet, omdat ze vinden dat dergelijke informatie intern mag blijven en de patiënt daar geen recht op heeft. In een enkel geval heeft dat al geleid tot een procedure bij de rechter, waarbij werd beslist dat deze feitenrelazen in elk geval wel aan de patiënt, of diens nabestaanden, verstrekt moeten worden als het medisch dossier onvoldoende duidelijkheid biedt. Maar hoe weet je of er belangrijke feitelijke informatie bestaat die niet uit het medisch dossier blijkt, zo lang je niet kunt beschikken over deze feitenrelazen?


Het is goed en nodig dat de Consumentenbond pleit voor openheid in de zorg. Die openheid is er niet zolang slachtoffers van medische fouten niet kunnen beschikken over feitelijke informatie die zich wel binnen het ziekenhuis bevindt. Voor meer informatie zie consumentenbond.nl/blog John Beer


De plannen van het kabinet om de gefinancierde rechtshulp "toevoegingen" verder uit te kleden, in combinatie met schrikbarende verhogingen van het griffierecht, hebben geleid tot massaal advocatenprotest. Naar schatting 500 tot 700 advocaten demonstreerden hiertegen op 14 september in Den Haag. Christa Wijnakker, Evert Wytema en Marco Zwagerman van ons kantoor waren hierbij aanwezig.


Invoering van deze bezuinigingsoperatie leidt tot een blokkering van de toegang van het recht voor vele Nederlanders. Recht zou een luxeproduct voor de elite worden.

Het verzet wordt breed gesteund. Naast Alexander Pechtold (D'66), spraken vertegenwoordigers van de Pv/dA, Groen Links en de SP luid en duidelijk uit dat verhoging van het griffierecht moet worden voorkomen. Datzelfde deden onder anderen woordvoerders van de Consumentenbond, de CNV, de rechterlijke macht en organisaties van de notarissen, de gerechtsdeurwaarders en de fiscalisten. Het verlossende woord moet van de Raad van State komen, die in april 2012 over dit voorstel zal adviseren. Het is te hopen dat de Raad zich opwerpt als hoeder van de rechtsstaat en negatief adviseert. Minister Opstelten kan het voorstel dan zonder gezichtsverlies intrekken.


De eerste 50 slachtoffers van seksueel geweld in de RK Kerk kunnen compensatie aanvragen. Daartoe krijgen zij per brief nadere informatie. Het bestuur van het Meldpunt seksueel misbruik RKK heeft de desbetreffende regeling goedgekeurd. Deze is vanaf 1 december 2011 van kracht geworden.

De regeling voorziet in een financiële compensatie in 5 categorieën, al naar gelang de aard en de omstandigheden van het misbruik.

Een nieuw opgerichte Compensatiecommissie beslist in welke categorie het misbruik valt en wat de hoogte van de compensatie is. Voorzitter van de Compensatiecommissie is mr. B. Holthuis, advocaat te Deventer en voormalig voorzitter van de Vereniging van Letselschade Advocaten. Het bestuur van het Meldpunt seksueel misbruik RKK heeft Josée van de Laar tot een van de leden van de commissie benoemd.


Voor meer informatie zie www.meldpuntmisbruikrkk.nl


Bij baby Jelmer ontstond een hersenbeschadiging nadat hij in 2007 in het Groningse UMCG een darmoperatie onderging. Als meest waarschijnlijke oorzaak werd door externe deskundigen gewezen op tekortkomingen tijdens de anesthesie.

Het ziekenhuis bleef vervolgens in gebreke om vragen van de ouders te beantwoorden en hen van voldoende informatie te voorzien. De Inspectie van de Gezondheidszorg (IGZ) deed er jaren over om een rapport te maken. Nadat de betrokken arts en het ziekenhuis protesteerden tegen de kritische inhoud van het rapport werd het ingetrokken en werd een tweede, veel minder kritisch, rapport gepresenteerd.

In de zomer van 2011 hebben de ouders van Jelmer, die door John Beer worden bijgestaan, een klacht ingediend bij De Nationale Ombudsman. De klacht betrof de manier waarop het ziekenhuis en de Inspectie van de Gezondheidszorg (IGZ) met de zaak en met de ouders zijn omgegaan.

In een rapport van 15 december 2011 heeft De Nationale Ombudsman zich op een vernietigende wijze buitengewoon kritisch getoond over het falende optreden van het UMCG en de IGZ.


Citaten uit het rapport:


"De Nationale Ombudsman is na kennisneming van alle feiten tot de conclusie gekomen dat het UMCG niet heeft verantwoord welk aandeel het medisch handelen heeft gehad in de ernstige hersenbeschadiging van Jelmer. Eerder lijkt het erop dat het UMCG deels door fouten, deels door onachtzaamheid, deels door bewuste keuzes voor de ouders van Jelmer een mistgordijn heeft opgetrokken en de werkelijke oorzaak van de hersenbeschadiging wil verhullen."


"De Nationale Ombudsman is van oordeel dat de feiten rondom het tot stand brengen van het rapport door de IGZ over het UMCG, de lange duur hiervan, de intrekking van het uitgebrachte rapport en het uitkomen van de tweede versie alsmede de wijze waarop daarover gecommuniceerd is, de conclusie rechtvaardigt dat de IGZ geen enkel idee heeft met welk oogmerk zij in een kwestie als deze een toezichthoudende taak vervult."


Zie voor meer informatie over het rapport de volgende links:

nationaleombudsman.nl/rapport

nationaleombudsman.nl/nieuwsbericht


De inspectie en de Nederlandse Vereniging voor Plastische Chirurgie (NVPC) adviseren artsen PIP- (of M-Implants)protheses bij vrouwen te verwijderen, zelfs als ze niet lekken. De prothese moet eerst met een MRI gecontroleerd worden op scheuren en lekkages.

Ook als er geen scheur aantoonbaar is, is het raadzaam om alsnog de protheses te laten verwijderen. Dat hebben de inspectie en de NVPC besloten vanwege 'de onzekerheden die door diverse perspublicaties zijn ontstaan'. De vrouwen moeten in overleg met de arts het risico van de operatie en eventuele kosten voor nieuwe protheses afwegen tegen het risico van het laten zitten van de implantaten. De NVPC meent dat indien de protheses niet worden verwijderd regelmatige controle nodig is.


Administratie

Inmiddels hebben de meeste vrouwen met een PIP prothese (of M-implant) een oproep gekregen om zich te laten controleren. Ziekenhuizen en particuliere klinieken hebben in totaal 1907 PIP/M-implants geplaatst. Uit de administratie van het failliete Rofil Medical Nederland blijkt dat het bedrijf 2737 PIP/M-implants protheses in Nederland heeft verkocht. De precieze oorzaak van het verschil van 830 kan volgens de inspectie niet worden achterhaald. Mogelijk zouden onduidelijkheden in de verkoopadministratie de oorzaak kunnen zijn.

De NVPC heeft vrouwen geadviseerd terug te gaan naar de kliniek waar ze zijn behandeld. Als dat niet kan, zouden ze naar de huisarts moeten gaan om doorverwezen te worden.

Eerder stelde prof Jan Willem Cohen Tervaert, hoogleraar immunologie aan het Maastricht Universitair Medisch Centrum (MUMC), dat ook andere typen protheses een gevaar voor de gezondheid vormen.


Bron: Mednet


Op 14 januari vond een ongeluk plaats met het Italiaanse cruiseschip Costa Concordia. Het schip, dat in totaal zo'n 4.000 mensen vervoerde, waaronder circa 34 Nederlanders, liep ten westen van de Italiaanse kust vast en kapseisde. Hoewel de exacte toedracht van deze ramp nog niet vaststaat, is duidelijk dat reizigers in dit soort gevallen naast de vervoerder zelf, wellicht ook de reisorganisator in eigen land kunnen aanspreken voor hun schade. Bovendien dient de reisorganisator praktische hulp en bijstand te verlenen en de daaraan verbonden kosten te betalen, ongeacht de vraag wie schuld heeft. Ook zou sprake kunnen zijn van andere (internationale) aansprakelijke partijen.

Er bestaat geen noodzaak om op heel korte termijn juridische actie te ondernemen tegen mogelijk aansprakelijke partijen. In beginsel geldt een verjaringstermijn van één jaar. In geval van dood en letsel zijn langere termijnen van toepassing. Naast deze termijnen geldt een kennisgevingsvereiste. Normaal gesproken dient een schadegeval binnen drie maanden na het ongeval bij de vervoerder en/of reisorganisator te worden gemeld, op straffe van verval van de vordering. Máár als de vervoerder of reisorganisator uit anderen hoofde al kennis heeft gekregen van het voorval, geldt dit kennisvereiste niet. Nu duidelijk is dat het voorval door de massale media-aandacht bekend is bij de vervoerder en reisorganisatie, hoeven slachtoffers geen rekening te houden met deze korte termijn.

Beer advocaten heeft ruime ervaring op het gebied van collectieve schadevergoedingsacties en internationale aansprakelijkheidskwesties. Bovendien beschikt het kantoor over een indrukwekkend internationaal netwerk dat voor cliënten kan worden benut. Geďnteresseerden kunnen voor meer informatie contact opnemen via info AT beeradvocaten DOT nl of per telefoon 020 – 673 21 99.


Op zaterdag 21 april 2012 vond in Amsterdam een treinongeval plaats. Rond 18.15 uur botsten twee treinen ter hoogte van het Westerpark frontaal op elkaar. Als gevolg van het ongeval is een persoon overleden en raakten ongeveer 120 passagiers gewond, waarvan meer dan 40 zwaar gewond.

Onderzoek door de Onderzoeksraad voor de Veiligheid is onmiddellijk aangevangen. Op grond van de resultaten van dat onderzoek zal te zijner tijd duidelijk zijn hoe het mogelijk was dat een van beide treinen op het verkeerde spoor reed.

Afhankelijk van de ernst van de veroorzaakte letsels en de omstandigheden van de betreffende passagiers zullen er vragen zijn omtrent hun juridische positie. Beer advocaten is bereid om die vragen te beantwoorden.

Uitgangspunt is dat een (trein)vervoerder aansprakelijk is voor schade door letsel dat een reiziger tijdens het vervoer overkomt, behalve indien sprake is van overmacht. Van overmacht is pas sprake als er zich een omstandigheid heeft voorgedaan die de vervoerder niet heeft kunnen vermijden. Als de vervoerder een beroep wil doen op overmacht zal hij moeten bewijzen dat daarvan sprake is. Gezien de nu bekende feiten is het zeer onwaarschijnlijk dat bij dit ongeval sprake is geweest van overmacht.

Vergoeding van schade is afhankelijk van de ernst en duur van de gevolgen van het letsel. Afwikkeling van letselschade geschiedt op een individuele basis waarbij alle omstandigheden van de betrokkene worden meegewogen. De aansprakelijkheid van de treinvervoerder is wettelijk beperkt tot een maximumbedrag van circa € 205.000 per passagier. Deze beperking is niet van toepassing indien de schade door opzet of bewuste roekeloosheid van de vervoerder is veroorzaakt.

Slachtoffers van letselschade hebben tegenover een aansprakelijke partij recht op vergoeding van de kosten van advies van een advocaat. Beer advocaten is bereid om reeds nu bestaande vragen van betrokkenen kosteloos en vrijblijvend te beantwoorden.

Benadrukt moet worden dat er geen noodzaak bestaat om op heel korte termijn juridische actie te ondernemen tegen mogelijk aansprakelijke partijen. In beginsel geldt een verjaringstermijn van één jaar. In geval van dood en letsel zijn langere termijnen van toepassing.

Beer advocaten heeft ruime ervaring op het gebied van schadeafwikkeling als gevolg van rampen, collectieve schadevergoedingsacties, nationale- en internationale aansprakelijkheidskwesties.

U kunt voor meer informatie contact opnemen via vandensteenhoven AT beeradvocaten DOT nl of per telefoon 020 – 673 21 99.


Op 12 mei 2010 stortte een Airbus A330 van de Libische maatschappij Afriqiyah Airways neer vlak voor of tijdens de landing bij Tripoli, Libië. Verschillende Nederlanders waren als passagier aan boord van het vliegtuig. Alle bemanningsleden en passagiers, met uitzondering van een jong Nederlands kind, kwamen om. Over de oorzaak van de ramp is nog niets bekend.

Verschillende internationale verdragen bepalen wie aansprakelijk is voor de dood of het letsel van vliegtuigpassagiers. Bij vliegtuigrampen geldt een zogenoemde risicoaansprakelijkheid: de vliegtuigmaatschappij is aansprakelijk voor de schade van de slachtoffers van een dergelijke ramp, ongeacht de vraag wie schuld heeft. Er kan wel sprake zijn van een maximum aan de schadevergoeding als blijkt dat de vliegtuigmaatschappij geen schuld treft. Afrigiyah Airways zal dit moeten bewijzen. Het is ook mogelijk dat de reisorganisator en de fabrikant van het vliegtuig aansprakelijk zijn. Er bestaat geen noodzaak om op korte termijn juridische actie te ondernemen tegen de vliegtuigmaatschappij en of de reisorganisator: (nabestaanden van) slachtoffers moeten hun vordering binnen twee jaar na de datum van het ongeval bij die partijen indienen (bij gebreke waarvan het vorderingsrecht op schadevergoeding vervalt). Als blijkt dat de fabrikant van het vliegtuig aansprakelijk is, dan gelden andere kortere termijnen. Hierover is pas duidelijkheid als het toedrachtsonderzoek is afgerond.


Op 20 november 2002 werd op een drukke verkeerskruising in Amsterdam een voetganger bij het oversteken door een tram overreden, waardoor diens rechtervoet grotendeels geamputeerd werd. Recentelijk heeft het Gerechtshof Amsterdam geoordeeld dat het Gemeentelijk Vervoer Bedrijf (GVB) Amsterdam de schade van het slachtoffer volledig dient te vergoeden, een oordeel waartoe eerder ook de Rechtbank Amsterdam was gekomen. Het hof overwoog dat de vergoedingsplicht zich op basis van beoordeling van de wederzijdse causaliteit beperkt tot 50%. Vervolgens overwoog het hof dat de billijkheid in verband met de uiteenlopende ernst van de gemaakte fouten en andere omstandigheden van het geval eisen dat een andere verdeling op zijn plaats is. Met name het feit dat de tramchauffeur niet goed heeft opgelet (zij was in gesprek met de conducteur), de verwarrende verkeerssituatie, maar ook de ernst van het letsel maken dat de schade volledig voor rekening van het GVB komt.


Tijdens het inloopspreekuur van Beer advocaten kunnen slachtoffers vrijblijvend vragen voorleggen aan dienstdoende advocaten. Een afspraak maken is niet nodig. Het inloopspreekuur is altijd op de eerste donderdag van elke maand.


Balie in actie


EHRM neemt klacht in behandeling na seksueel misbruik priester


Rechtbank kritisch over deskundigenrapporten


Letselschadeadvocaat scoort het beste zonder Gedragscode


Ook Gerechtshof Amsterdam stelt slachtoffers van Vioxx in het gelijk


Nederlanders omgekomen bij crash Tripoli - vlucht 8u771


Uitspraak gerechtshof Amsterdam over tramongeval


Afhandeling legionellaramp in zicht


Voor letselschadeslachtoffers die van een no cure no pay-contract afwillen


Tussenvonnis in nederlandse vioxx-zaken: eerste succes voor slachtoffers


International trial lawyer leadership award uitgereikt aan John Beer


De afgelopen periode is Beer advocaten bezig geweest met het in kaart brengen van alle schade van de haar bekende legionellaslachtoffers. Alle schaderapporten zijn inmiddels afgerond. In die zelfde tijd is er een nieuwe stichting in het leven geroepen (Stichting Tegemoetkoming Legionellaslachtoffers) die het nogmaals door Nationale Nederlanden betaalde bedrag zal gaan verdelen onder de slachtoffers. Deze stichting zal hopelijk op korte termijn (verwacht wordt in februari of maart) de schade van de slachtoffers beoordelen. Gezien de totale omvang van de schade van alle slachtoffers is het geld dat nu in de stichting zit, niet voldoende om de slachtoffers volledig te compenseren.
(Lees hier en hier de bijgevoegde krantenartikelen).


Op 11 januari 2010 heeft de Tros in televisieprogramma Radar aandacht besteed aan dubieuze praktijken van letselschadebureaus. Radar toonde onder andere aan dat letselschadebureaus aan slachtoffers ongunstige No Cure No Pay-contracten voorhouden, dubbel declareren en bovendien geheime, financiële afspraken hebben met verzekeraars. Deze gang van zaken is gunstig voor deze letselschadebureaus, maar niet voor slachtoffers.
Beer advocaten benadrukt dat de uitzending van Radar zag op praktijken van letselschadebureaus en niet op die van advocaten. Letselschadebureaus opereren in het ongereguleerde circuit, waar kwaliteitseisen en gedragsregels veelal ontbreken. Voor advocaten gelden wettelijke regels en regels van de Nederlandse Orde van Advocaten. Het is advocaten bij wet verboden No Cure No Pay-contracten met cliënten te sluiten. Beer advocaten heeft ruime ervaring met het adviseren van slachtoffers die dergelijke contracten met letselschadebureaus hebben gesloten en van deze contracten af willen. Slachtoffers kunnen onder andere een beroep doen op de Wet op de oneerlijke handelspraktijken. Deze wettelijke regeling bepaalt dat een slachtoffer (of eigenlijk: een consument) goed moet worden geïnformeerd over aangeboden diensten. Indien dat niet is gebeurd (bijvoorbeeld doordat onjuiste informatie wordt verstrekt of omdat belangrijke aspecten worden verzwegen), is sprake van een misleidende handelspraktijk. Het slachtoffer hoeft dan slechts aan te tonen dat hij anders zou hebben kunnen handelen als die informatie wel ter beschikking was geweest. Onder omstandigheden kan het No Cure No Pay-contract dan worden vernietigd.


Op 11 november 2009 heeft de Rechtbank Haarlem een eerste vonnis gewezen in de zaken die door 18 Nederlandse slachtoffers van het medicijn Vioxx en hun nabestaanden zijn ingesteld tegen fabrikant Merck en haar Nederlandse dochteronderneming MSD. In dit vonnis is geen beslissing genomen over schadevergoedingsvorderingen van de patiënten. Wel zijn beslissingen genomen die van belang zijn voor het verdere verloop van de procedure. In de procedure hebben de patiënten gekozen om eerst door de rechtbank te laten beslissen dat Vioxx als gebrekkig product moet worden beschouwd en pas in een latere fase te laten beoordelen of recht op schadevergoeding bestaat. De fabrikant had zich daartegen verzet. De rechtbank heeft het verweer van de fabrikant ongegrond geacht. De rechtbank zal zich daarom eerst uitspreken over de gebrekkigheid van het product. De patiënten hadden de rechtbank verder gevraagd de fabrikant te verplichten zowel het registratiedossier als de marketingplannen van Vioxx beschikbaar te stellen. De rechtbank oordeelde dat de vraag welke informatie de fabrikant aan de autoriteiten heeft verstrekt, hoe het product op de Nederlandse markt is gezet en welke veiligheidswaarschuwingen zijn gegeven, onmiskenbaar van belang is voor de beoordeling van de gebrekkigheid. Het registratiedossier en de marketingplannen zijn bij uitstek stukken waarin deze informatie is vastgelegd en de patiënten hebben voldoende belang bij kennisneming daarvan. In verband met de geclaimde vertrouwelijkheid zullen afspraken worden gemaakt over de wijze waarop stukken ter beschikking worden gesteld. De fabrikant had de rechtbank, op haart beurt, gevraagd om de patiënten nu al te verplichten hun medische dossiers ter beschikking te stellen. Dat verzoek is door de rechtbank afgewezen omdat dat niet van belang is voor de beantwoording van de vraag of Vioxx een gebrekkig product is.
Lees het volledige vonnis van de rechtbank hier. Een Engelstalige samenvatting van het vonnis is ook beschikbaar.


Op 28 juli 2009 werd in San Francisco aan John Beer de International Trial Lawyer Leadership Award uitgereikt. De prijsuitreiking vond plaats tijdens de jaarlijkse conventie van de American Association for Justice (AAJ), voorheen de Association of Trial Lawyers of America (ATLA). AAJ, een vereniging met tienduizende leden, zet zich onder meer in voor de rechten van slachtoffers van personenschade. De prijs, die werd overhandigd door de president van AAJ, is toegekend wegens de bijdrage die Beer heeft geleverd aan de toenemende internationale samenwerking van advocaten op het gebied van de personenschade en wegens het feit dat hij gedurende elf jaren heeft gefungeerd als voorzitter van de Nederlandse vereniging van slachtofferadvocaten (ASP). Beer is sinds 1992 lid van AAJ en is thans secretaris van de International Practice Section van deze organisatie.


Aanmelden voor de nieuwsbrief kan via e-mail: nieuwsbrief AT beeradvocaten DOT nl


De volgende nieuwsbrieven zijn als download beschikbaar:


Nieuwsbrief # 15 (2 mei 2012)

Nieuwsbrief # 14 (1 februari 2012)

Nieuwsbrief # 13 (1 december 2011)

Nieuwsbrief # 12 (30 augustus 2011)

Nieuwsbrief # 11 (4 mei 2011)

Nieuwsbrief # 10 (23 december 2010)

Nieuwsbrief # 9 (1 juni 2010)

Nieuwsbrief # 8 (30 januari 2010)

Nieuwsbrief # 7 (1 september 2009)

Nieuwsbrief # 6 (1 mei 2009)

Nieuwsbrief # 5 (30 januari 2009)

Nieuwsbrief # 4 (1 oktober 2008)

Nieuwsbrief # 3 (1 juli 2008)

Nieuwsbrief # 2 (30 december 2007)

Nieuwsbrief # 1 (1 augustus 2007)


De volgende documenten zijn als download beschikbaar:

Algemene voorwaarden


Cliënteninformatie


Kwaliteitsprotocol


Handleiding gesubsidieerde rechtsbijstand


Routebeschrijving


Weteringschans 85-87, 1017 RZ Amsterdam

Postbus 15755, 1001 NG Amsterdam

Telefoon: 020-6732199

Fax: 020-6758163

E-mail: info AT beeradvocaten DOT nl


U kunt hieronder onze uitgebreide routebeschrijving downloaden.

Routebeschrijving


Beer opleidingen is een eigen, door de Nederlandse Orde van Advocaten erkende opleidingsinstelling. Onder die vlag worden cursussen op het gebied van aansprakelijkheid en personenschade georganiseerd, bedoeld voor advocaten, schaderegelaars, medisch adviseurs en anderen die zich bezighouden met de behandeling van personenschadezaken. Bij de cursussen van Beer opleidingen ligt de nadruk op de medische aspecten die bij de meeste personenschadezaken een belangrijke rol spelen. Een goede juridische behandeling vraagt immers om een goed begrip van de medische kant van de zaak. Het praktijkgerichte aspect staat tijdens de cursussen van Beer opleidingen voorop. Houd www.beeropleidingen.nl in de gaten voor verdere ontwikkelingen en of aanmeldingen voor cursussen.


Studie: Rijksuniversiteit Groningen en Universiteit van Amsterdam
Doctoraal: 1996
Advocaat sinds: 1998
Lidmaatschappen: ASP, LSA, WAA, PEOPIL, AAJ, Vereniging voor Sport en Recht
Overzicht publicaties:

Bojan P. Dekker en Aart Hendriks, De juridische gevolgen van het EPD voor u en uw dokter, Nederlands Juristenblad 2009, p. 2759 e.v.;


Mirella Hartman en Bojan P. Dekker, De rolverdeling tussen rechter en medische deskundige. Reactie op Kroniek medische aansprakelijkheid, Aansprakelijkheid Verzekering en Schade 2008, p. 91 e.v.;


Mirella Hartman en Bojan P. Dekker, Help! De dokter verzuipt. Medische aspecten van de vaststelling van letselschade, Nederlands Tijdschrift voor Burgerlijk Recht 2007, nr. 10, p. 450 e.v.; ook opgenomen in G.G. Hesen, S.D. Lindenbergh en G.E. van Maanen, Schadevaststelling en de rol van de deskundige, Deventer 2008, p. 49 e.v.;


Bojan P. Dekker en Mirella Hartman, "Dan gaat de rechter op de stoel van de dokter zitten." Over de vraagstelling en de rol van de deskundige in medische aansprakelijkheidszaken, Letsel & Schade 2006, nr. 4, p. 6 e.v.;


J.M. Beer en B.P. Dekker, Deskundigheid in het medische traject. Een van de vergeten problemen van het schaderegelingsproces, Verkeersrecht 2005, p. 374 e.v.;


Bojan P. Dekker, De (politieke) problemen van het schaderegelingsproces. Een beschouwing van twee onderzoeksprojecten van het Centrum voor Aansprakelijkheidsrecht, Verkeersrecht 2005, p. 37 e.v.


Studie: Universiteit van Amsterdam
Doctoraal: 1976
Advocaat sinds: 1977
Lidmaatschappen: ASP, LSA, WAA, APIL, PEOPIL, ALA en

Nevenfuncties: mediator, medevoorzitter International Practice Section van de American Association for Justice (AAJ), coördinator Pharmaceutical Products Group van de Pan European Organisation of Personal Injury Lawyers (PEOPIL)

Tijdens het jaarcongres van AAJ dat in 2009 in San Francisco werd gehouden, werd aan John Beer de International Trial Lawyer Leadership Award uitgereikt. Klik hier voor het interview dat Angela van Leeuwen met hem had.


Overzicht publicaties:


J.M. Beer, No Win No Fee, of waarom een Engels plantje in Nederlandse bodem niet gedijt, Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade 2008, p. 136 e.v.;


J.M. Beer, Kernwaarden en letselschadeadvocatuur, De Advocatenstandaard, Lustrumbundel Nederlandse Orde van Advocaten 2007, p. 107 e.v.;


J.M. Beer, Buitengerechtelijke kosten; goede en onafhankelijke rechtsbijstand bedreigd, Verkeersrecht 2007, p. 275 e.v.;


J.M. Beer, Vergoeding van personenschade en het EVRM, Ars Aequi 2006, p. 259 e.v. ;


J.M. Beer en B.P. Dekker, Deskundigheid in het medische traject. Een van de vergeten problemen van het schaderegelingsproces, Verkeersrecht 2005, p. 374 e.v.


Studie: Universiteit van Amsterdam
Doctoraal: 1988
Advocaat sinds: 1991
Lidmaatschappen: ASP, LSA, WAA, PEOPIL, AAJ
Nevenfuncties: Voorzitter ASP, docent OSR Basiscursus Letselschade
Overzicht publicaties:

M. Zwagerman, Medisch deskundigenbewijs bij beroepsziekten, Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade 2008, p. 57 e.v.;


• M. Zwagerman, Medisch-juridische missers, Nederlands Juristenblad 2003, p. 2099 e.v.;


• M. Zwagerman, De straftoemeting in het kader van de Wots, Advocatenblad 1991, p. 106 e.v.


Studie: Universiteit Utrecht
Doctoraal: 2007
Advocaat sinds: 2008
Lidmaatschappen: WAA, aspirant lid LSA


Studie: Universiteit Utrecht en Vrije Universiteit Amsterdam
Master Strafrecht: 2009
Master Privaatrecht: 2010
Advocaat sinds: 2011


M.A. Mouris, De aansprakelijkheid van de werkgever voor de gevolgen van een overval, in: Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade 2011, p. 50-54.


Studie: Rijksuniversiteit Leiden
Doctoraal: 1989
Advocaat sinds: 1990
Lidmaatschappen: ASP, LSA, PEOPIL
Nevenfuncties: lid redactie-adviesraad van de Nieuwsbrief Personenschade
Overzicht publicaties:

Mirella Hartman en Bojan P. Dekker, De rolverdeling tussen rechter en medische deskundige. Reactie op Kroniek medische aansprakelijkheid, Aansprakelijkheid Verzekering en Schade 2008, p. 91 e.v.;


Mirella Hartman en Bojan P. Dekker, Help! De dokter verzuipt. Medische aspecten van de vaststelling van letselschade, Nederlands Tijdschrift voor Burgerlijk Recht 2007, nr. 10, p. 450 e.v. ook opgenomen in G.G. Hesen, S.D. Lindenbergh en G.E. van Maanen, Schadevaststelling en de rol van de deskundige, Deventer 2008, p. 49 e.v.;


Bojan P. Dekker en M.F. Hartman, "Dan gaat de rechter op de stoel van de dokter zitten." Over de vraagstelling en de rol van de deskundige in medische aansprakelijkheidszaken, Letsel & Schade 2006, p. 6 e.v.;


• M.F. Hartman, Medische aansprakelijkheid, Handboek Personenschade, 2005;


M.F. Hartman, Het verzoekschrift tot een voorlopig deskundigenbericht, Nieuwsbrief Personenschade november 1997, p. 8.


Studie: Universiteit van Leiden
Doctoraal: 2004
Advocaat sinds: 2005
Lidmaatschappen: ASP, WAA, LSA, NJCM
Nevenfuncties: medewerker NJCM-Bulletin
Overzicht publicaties:


C.P.J. Wijnakker, Inzien van medische informatie: niet via het equality of arms-beginsel, Letsel en Schade 2011, p. 41 e.v.;


C.P.J. Wijnakker, Vergoeding van affectieschade: via het EVRM ook in Nederland mogelijk, Verkeersrecht 2010, p. 313 e.v.;


C.P.J. Wijnakker, Artikel 6 EVRM: Recht op een gefinancierd deskundigenbericht, Letsel & Schade 2010, p. 8 e.v.;


• Sinds 2006 auteur van de in het NJCM-Bulletin opgenomen Kroniek Jurisprudentie van het EHRM;


• C.P.J. Wijnakker, 'Duidelijke regelgeving met betrekking tot het toedienen van dwangvoeding aan gedetineerden broodnodig', NJCM-Bulletin 2006, p. 434 e.v.;


• C. Wijnakker en P. Boeles, 'Case Reports of the European Court of Human Rights', European Journal of Migration and Law 2002, p. 26 e.v.;


• P. Boeles en C. Wijnakker, 'Case Reports of the European Court of Human Rights', European Journal of Migration and Law 2001, p. 435 e.v.;


• H. Steenbergen, P. Boeles en C. Wijnakker, 'Case Reports of the European Court of Human Rights', European Journal of Migration and Law 2001, p. 97 e.v.;


Studie: Universiteit van Amsterdam
Doctoraal: 1986
Advocaat sinds: 1992
NMI gecertificeerd mediator sinds: 2002
Lidmaatschappen: ASP, WAA, APIL, PEOPIL, LetMe, NVVMA, NMv, NMI, NVMV
Nevenfuncties: lid van de klachtencommissie van de Nederlandse Vereniging van Integraaltherapeuten
Overzicht publicaties:

L.E.M. Charlier, De bewijslast in beroepsziektezaken onder de loep, Letsel & Schade 2010 nr. 3/125;


L.E.M. Charlier, Recente ontwikkelingen op het gebied van werkgeversaansprakelijkheid in OPS (CTE) zaken Letsel & Schade 2010 nr. 3/126;


L.E.M. Charlier, Mediation in letselschadezaken: de waarde van geluk of gelijk, Letsel & Schade 2010 nr. 2;


• L.E.M. Charlier, De overspannen werknemer objectief bezien, Letsel & Schade 2009 nr. 3;


• L.E.M. Charlier, Het bewijs in beroepsziektezaken, een stand van zaken, Letsel & Schade 2008 nr. 3 ;


L.E.M. Charlier, Tien jaar Convenant Asbestslachtoffers: een trieste balans voor verlichting van de bewijslast en een soepeler hantering van de verjaringstermijn, Nederlands Juristenblad 2008, p. 1857 e.v.;


Lydia Charlier, Voldoet de Nederlandse aanpak voor asbestslachtoffers? Een terugblik op tien jaar Convenant Asbestslachtoffers, Nederlands Juristenblad 2008;


L.E.M. Charlier, Het bewijs in beroepsziektezaken, Letsel & Schade 2006, nr. 3;


• L.E.M. Charlier, De bewijslastverdeling in RSI-zaken: het breder perspectief, Letsel & Schade 2004, nr. 2.


Studie: Universiteit Leiden
Doctoraal: 1986
Advocaat sinds: 1986
Lidmaatschappen: ASP, LSA, PEOPIL, Vereniging voor Gezondheidsrecht, Vereniging voor Verzekeringsrecht
Nevenfuncties: redacteur Verkeersrecht, docent OSR en SSR, NMI geregistreerd mediator
Overzicht publicaties:


• G.M. van Wassenaer, Monografieën BW, Schadevergoeding Personenschade, Losdelig Handboek B37, 2011;

G.M. van Wassenaer, Het belang van nabestaanden: evident en redelijk, VR 2011, p. 138 e.v.;

G.M. van Wassenaer, De werknemer en de onverzekerde bedrijfsauto. Wie helpt hem uit de penarie?, VR 2011 nr.1, p. 6 e.v.;

G.M. van Wassenaer, De nieuwe deelgeschillenregeling, wat kunnen we er in de slachtofferpraktijk mee?, VR 2010, p. 182 e.v.;

G.M. van Wassenaer, noot onder HR 10 april 2009, VR 2009, 93, p. 284 e.v.;

G.M. van Wassenaer, 14-jarigen en de billijkheidscorrectie, Verkeersrecht 2009, p. 8;

G.M. van Wassenaer, Het wetsvoorstel deelgeschilprocedure voor letsel- en overlijdensschade, een reactie vanuit de praktijk, Verkeersrecht 2009, p. 1 e.v.;

G.M. van Wassenaer, Begrafeniskosten, hoe redelijk is, gelet op de omstandigheden van de overledene, nu werkelijk redelijk? Verkeersrecht 2008, p. 310 e.v.;

G.M. van Wassenaer, Schadevergoeding: personenschade, Monografieën BW B37, 2008;

• G.M. van Wassenaer, Aansprakelijkheid van de wegbeheerder ex art. 6:162 BW, in: C.C. van Dam (red.), Aansprakelijkheid van de wegbeheerder, Den Haag: ANWB 2007, p. 41 e.v.;

G.M. van Wassenaer, noot onder HR 20 april 2007, VR 2007, p. 313 e.v.;

• G.M. van Wassenaer en S.V. Mewa, Tweemaal slachtoffer worden door een onjuiste afwikkeling van derdenschade, hoe kan dat worden voorkomen?, TVP 2007;

• C.C. van Dam, C.H.W.M. Sterk en G.M. van Wassenaer, 100 jaar wegenverkeerswetgeving, De invloed van verkeersarresten op het algemene aansprakelijkheidsrecht, VR 2006, p. 347 e.v.;

G.M. van Wassemaer, Eigen schuld, Handboek Personenschade, december 2005;

• G.M. van Wassenaer en E. Reijnders, bespreking van: A.L.M.Keirse, Schadebeperkingsplicht; over eigen schuld aan de omvang van de schade, VR 2004, p. 298 e.v. ;

G.M. van Wassenaer, Collectieve afwikkeling van massaschade, een nieuwe horizon?, VR 2004, p. 165 e.v.;

• G.M. van Wassenaer, bespreking van: A.J. Akkermans, De omkeringsregel bij het bewijs van causaal verband, VR 2003, p. 76 e.v.


Studie: Erasmus Universiteit Rotterdam
Master Aansprakelijkheid & Verzekering: 2011
Advocaat sinds: 2011


Studie: UvA
Doctoraal: 1996
Advocaat sinds: 1997 tot 2006, en weer vanaf 2012
Lidmaatschappen: aspirant lid LSA
Nevenfuncties: plaatsvervangend griffier bij het Hof van Discipline van de Orde van advocaten.
Overzicht publicaties:


Hendrix, L.G.J. (2011). Noot bij: Gerechtshof Leeuwarden. (25-06-2009), JA 2011-1, 3, (Voorlopig deskundigenbericht. Wijziging of aanvulling van de door verzoekster geformuleerde vragen. Appelverbod: doorbrekingsgronden);


Hendrix, L.G.J. (2010). Noot bij: Hoge Raad. (23-04-2010), JA 2010-7, 97, (JA 2010, 97). p.694-713;


Hendrix, L.G.J., Akkermans, A.J. & Van, A.J. (2009). De vraagstelling voor expertises in medische aansprakelijkheidszaken. Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, 2009(3), 89-99;


Hendrix, L.G.J. & Akkermans, A.J. (2007). Causaliteitsonzekerheid bij informed consent. Beschouwingen naar aanleiding van Chester v. Afshar. Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, 2007(7), 498-515;


• Hendrix, L.G.J. (2000). Noot bij Hoge Raad 3 december 1999, Bedrijfsjuridische Berichten 2000(13).


Studie: Universiteit van Amsterdam
Doctoraal: 1989
Advocaat sinds: 1989
Lidmaatschappen: ASP, LSA, PEOPIL, LetMe, NMI, NVMV en NOVA
Nevenfuncties: gecertificeerd NMI-mediator, Voorzitter klachtencommissie Revalidatiecentrum Amsterdam, bestuurslid LetMe, bestuurslid Stichting Keurmerk Letselschade, lid van de Raad van Discipline Amsterdam, docent Juridische aspecten Mediation bij VanderHoeven Nelissen Onderhandelen & Mediation.
Overzicht publicaties:


• J.M. van de Laar, 4. Ervaringen van een mediator in letselschadezaken, Verkeersrecht 2010, nr. 5;


• J.M. van de Laar, Opleiding en registratie van medisch deskundigen, een breed gedragen initiatief, Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, 2003, nr. 4;


• J.M. van de Laar, Going down, going down... de Bijlmerramp, in: Aansprakelijkheid en schadeverhaal bij rampen, Ars Aequi Libri, 2002;

• J.M. van de Laar, No pay no cure of naar keuze: No cure No Pay, Nederlands Juristenblad, 1999.


Studie: Universiteit Utrecht
Doctoraal: 1986
Advocaat sinds: 1986
Lidmaatschappen: ASP, LSA, WAA, PEOPIL en AAJ
Nevenfuncties: Eindredacteur Nieuwsbrief Personenschade
Overzicht publicaties:


E. Wytema en C.J. Weering, Levenssfeer, medische gegevens en dossier, PIV-Bulletin special, juni 2010.


E. Wytema, Commentaar bij HR 11 juli 2003 (NJ 2003, 603), Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade 2004, p. 59 e.v.;


Studie: Vrije Universiteit Amsterdam
Doctoraal: 1997
Advocaat sinds: 1999
Lidmaatschappen: LSA, WAA, APIL
Nevenfuncties: redactielid Letsel & Schade, lid Raad van Toezicht Stichting Kinderopvang Haarlemmermeer, lid klachtencommissie Stichting Klachtencommissie Kinderopvang
Overzicht publicaties:


• J. Quakkelaar, 'Verjaringsperikelen', in: Letsel & Schade 2010, nr. 4;


J. Quakkelaar, Reactie op A.W.A. Elemans, Whiplash en de nieuwe richtlijnen van neurologen. Hoe nu verder? Verkeersrecht 2008, p. 268 e.v.


Studie: Universiteit Leiden
Doctoraal: 2001
Advocaat sinds: 2002
Lidmaatschappen: ASP, LSA, WAA en

Nevenfuncties: docent OSR
Overzicht publicaties:


• S.V. Mewa, 'Enkele bijzondere aspecten bij de afwikkeling van schade van minderjarigen – een rechtvaardiger oplossing door een mentaliteitsverandering?', in Letselschade in een breed perspectief. Inleidingen gehouden op het symposion van de Vereniging van Letselschade Advocaten 2011;


S.V. Mewa, 'Fundamentele rechten in de personenschade-praktijk', in Letsel & Schade 2011, nr. 1 (coauteur met A.F. Collignon);


• S.V. Mewa, 'Made in China' moet soms een waarschuwing zijn, Tweewieler 2009, nr. 12, p. 46 e.v.


S.V. Mewa, Gaan alle geheimen mee in het graf?, Verkeersrecht 2009, p. 205 e.v.;


• S.V. Mewa, Over turnongevallen, uw verantwoordelijkheid en veiligheidsmaatregelen, GYMkader, maart 2009, p. 7 e.v.;


• G.M. van Wassenaer en S.V. Mewa, Tweemaal slachtoffer worden door een onjuiste afwikkeling van derdenschade, hoe kan dat worden voorkomen?, Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade 2007;


S.V. Mewa, RSI-slachtoffers krijgen kramp van onduidelijkheid over ziekte, AdVisie 2006, nr. 4, p. 17.


Studie: Vrije Universiteit Amsterdam
Doctoraal: 1983
Advocaat sinds: 1983
Overzicht publicaties:


• P. van der Nat, 'Wet bescherming persoonsgegevens. Het belang voor de afwikkeling van personenschaden', in Letsel & Schade 2011, nr. 2;


P. van der Nat, Een exhibitieplicht voor slachtoffers? Kanttekeningen bij het rapport "Medisch beoordelingstraject bij letselschade, Verkeersrecht 2011 nr.2, p. 49 e.v;


P. van der Nat, Een exhibitieplicht voor slachtoffers? Kanttekeningen bij het rapport "Medisch beoordelingstraject bij letselschade, Verkeersrecht 2010 nr.12, p. 351 e.v;


• P. van der Nat, Personenschade en equality of arms, Nederlands Juristenblad 2010, aflevering 41, p. 2650;


• P. van der Nat en G. Klink, Smartengeld, Handboek Personenschade, juli 2009;


Studie: Universiteit van Amsterdam
Doctoraal: 2000
Advocaat sinds: 2001
Lidmaatschappen: ASP en LSA
Overzicht publicaties:

• G.M. van Wassenaer en E. Reijnders, bespreking van: A.L.M.Keirse, Schadebeperkingsplicht; over eigen schuld aan de omvang van de schade, Verkeersrecht 2004, p. 298 e.v.;


E. Reijnders, Eigen energie van een paard: over aansprakelijkheid voor schade die door een paard wordt veroorzaakt, IJslandse paarden, april 2006;


E. Reijnders, De directie stelt zich niet aansprakelijk: over (het voorkomen van) aansprakelijkheid van maneges, IJslandse Paarden, januari 2010;


• E. Reijnders, Bevoegdheid KIFID in aansprakelijkheidszaken, Forum, Verkeersrecht 4- 2010 (link).


Studie: Erasmus Universiteit Rotterdam

Master Aansprakelijkheid & Verzekering: 2011

Advocaat sinds: 2011

Overzicht publicaties:


A.S. Oude Hergelink, 'Volledige vergoeding van proceskosten: rake remedie of aanjager voor deelgeschillen?', in: W.H. van Boom, J.H. van Dam-Lely & S.D. Lindenbergh (red.), Rake Remedies. Opstellen over handhaving van rechten, naleving van plichten en sanctionering van verkeerd gedrag in het privaatrecht, Den Haag: Boom Juridische Uitgevers 2011, p. 211-229.;


A.S. Oude Hergelink & S.D. Lindenbergh, 'Het gebruik van een hypothetische kinderwens en statische gegevens bij schadebegroting: een nadere invulling van direct onderscheid op grond van geslacht', in: C.J. Forder e.a. (red.), Gelijke Behandeling: oordelen en commentaar 2009, Nijmegen: Wolf Legal Publishers 2010, p. 357-363.


Studie: Erasmus Universiteit Rotterdam
Doctoraal: 1988; promotie: 1995
Advocaat sinds: 1996
Lidmaatschappen: ASP, LSA, WAA, PEOPIL, Vereniging voor Gezondheidsrecht
Nevenfuncties: redacteur Tijdschrift Vergoeding Personenschade, voormalig redacteur Letsel & Schade, senior onderzoeker bij de Vrije Universiteit te Amsterdam; docent VU Law Academy


A.J. Van en A.J. Akkermans, 'Effect deelgeschilprocedure veel groter dan zichtbaar aan alleen het aantal uitspraken' in TvP 2011, nr. 3;


A.J. Van, 'De aansprakelijkheid voor gebrekkige medische hulpmiddelen – Implanon revisited' in TvP 2011, nr. 2, p. 44 e.v;


A.J. Van, A.J. Akkermans en A. Wilken, Nieuwe IWMD-vraagstelling: causaal verband bij ongeval, Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade 2009, p. 33 e.v.;


• zie voor een overzicht van overige publicaties de website van de Vrije Universiteit te Amsterdam.


Studie: Universiteit Leiden
Doctoraal: 2001
Advocaat sinds: 2001
Lidmaatschappen: ASP en LSA
Overzicht publicaties:

M. van den Steenhoven, noot onder HR 17 april 2009, TVP 2009, p. 115 e.v.;


M. van den Steenhoven, Waar eindigt de verantwoordelijkheid van de werkgever voor (verkeers)ongevallen van zijn werkgevers?, VR 2009, p. 133 e.v.


Lydia Charlier, Tien jaar Convenant Asbestslachtoffers: een trieste balans voor verlichting van de bewijslast en een soepeler hantering van de verjaringstermijn, Nederlands Juristenblad 2008, p. 1857 e.v.;


Lydia Charlier, Voldoet de Nederlandse aanpak voor asbestslachtoffers? Een terugblik op tien jaar Convenant Asbestslachtoffers, Nederlands Juristenblad 2008;


August Van, De gevaren van wit asbest; annotatie bij Ktr. Zwolle 27 januari 2010, JA 2010/49, p. 333-337;


August Van, Aansprakelijkheid voor blootstelling aan asbest, Handboek Personenschade, hoofdstuk 2075, p. 1-141 (i.s.m. S. de Lang);


August Van, Asbest, tabaksrook en longkanker, TMA 1996, p. 45-48.


Ons kantoor beschikt over ruime ervaring op het gebied van internationale aansprakelijkheid. Regelmatig adviseren wij Nederlanders die in het buitenland letselschade oplopen of gewond raken door producten uit het buitenland. Daarnaast ondersteunen wij Nederlanders die moeten procederen in het buitenland of een buitenlandse partij aansprakelijk willen stellen. Wij hebben als een van de weinige kantoren in Nederland grote ervaring met deze cross-border cases.
Bovendien beschikken wij over een indrukwekkend internationaal netwerk. Internationale contacten worden onderhouden door lidmaatschappen van organisaties als PEOPIL (Pan European Organization of Personal Injury Lawyers), de American Association for Justice, APIL (British Association of Personal Injury Lawyers) en de Australian Lawyers Alliance


Verschillende internationale verdragen bepalen wie aansprakelijk is voor de dood of het letsel van vliegtuigpassagiers. Bij vliegtuigrampen geldt een risicoaansprakelijkheid: de vliegtuigmaatschappij is aansprakelijk voor de schade van de slachtoffers van een dergelijke ramp, ongeacht de vraag wie schuld heeft. Er kan wel sprake zijn van een maximum aan de schadevergoeding als blijkt dat de vliegtuigmaatschappij geen schuld treft. De vliegtuigmaatschappij zal dit moeten bewijzen. Het is ook mogelijk dat de reisorganisatie en de fabrikant van het vliegtuig aansprakelijk zijn. Er bestaat doorgaans geen noodzaak op korte termijn juridische actie te ondernemen. Verwanten of nabestaanden van slachtoffers moeten hun vordering binnen twee jaar na de datum van het ongeval indienen. Bij gebreke daarvan verjaart het vorderingsrecht op schadevergoeding.

Ons kantoor heeft juridische bijstand verleend aan slachtoffers en nabestaanden van luchtvaartongevallen in de Amsterdamse wijk Bijlmer, in Faro (Portugal) en op het vakantie-eiland Phuket (Thailand). De laatste jaren staat ons kantoor slachtoffers en nabestaanden bij van de vliegrampen met het toestel van Turkish Airlines op Schiphol en Afriqiyah Airways in Tripoli (Libië). Wij werken in deze zaken samen met eveneens gespecialiseerde advocatenkantoren in het buitenland.


Ons kantoor wordt vaak geraadpleegd over verzekeringskwesties. Doorgaans betreft het een geschil tussen verzekerde en verzekeraar over een recht op uitkering. Ook in dergelijke gevallen treedt ons kantoor uitsluitend op voor de verzekerde. Een bekend voorbeeld betreft de particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering. Ons kantoor heeft veel zaken behandeld voor verzekerden die arbeidsongeschikt raakten maar niettemin van hun verzekeraar hoorden dat zij geen uitkering kregen.


Patiëntenrechten staan steeds meer in de belangstelling en dat is terecht. De gezondheidszorg is voor patiënten en niet andersom. Ons kantoor heeft grote ervaring met het adviseren van patiënten in diverse geschillen op dit gebied. Onze advocaten staan met regelmaat patiënten bij in medische tuchtzaken. Bovendien adviseren zij over kwesties zoals het medisch dossier en ziekenhuisverslaglegging en behandelen zij geschillen over het medische beroepsgeheim.


Een goede en effectieve dienstverlening in letselschadezaken wordt bevorderd door medische kennis voor advocaten direct toegankelijk te maken. Binnen ons kantoor functioneert een deskundig geëquipeerd medisch secretariaat, dat volledig in het kantoor is geïntegreerd en waar medisch adviseurs met diverse achtergronden beschikbaar zijn. Hierdoor kunnen advocaten optimaal overleg plegen met een ter zake deskundige medisch adviseur.


Schade kan ook worden veroorzaakt door ondeugdelijke producten, gebrekkige protheses of onveilige medicijnen. Door samenwerking met Amerikaanse advocatenkantoren is het mogelijk te procederen tegen producenten die in de Verenigde Staten gevestigd zijn.
Ons kantoor heeft honderden Nederlandse patiënten bijgestaan die slachtoffer waren van de geruchtmakende Björk-Shiley hartkleppenaffaire, evenals een groot aantal vrouwen bij wie schadelijke siliconen borstprotheses waren geïmplanteerd. Voor een aantal slachtoffers van het schadelijke medicijn Vioxx wordt tegen de farmaceutische fabrikant een aansprakelijkheidsprocedure behandeld.


Beer advocaten is een handelsnaam van de naamloze vennootschap Beer advocaten N.V., die in het handelsregister van de Kamer van Koophandel te Amsterdam is ingeschreven onder nummer 50070959.


Als iemand op straat een ander schopt, kan die handeling snel tot aansprakelijkheid leiden. Als zoiets op het voetbalveld gebeurt, ligt dat anders.

In zogenoemde sport- en spelsituaties wordt minder snel bevestigend geantwoord op de vraag of een deelnemer aan de desbetreffende sport (of het spel) onrechtmatig heeft gehandeld door een gedraging waardoor aan een andere deelnemer letsel is toegebracht. In sport- en spelsituaties zijn bepaalde gedragingen niet onrechtmatig (namelijk die waartoe het spel uitlokt), terwijl die buiten lijnen van het speelveld wel onrechtmatig zouden zijn geweest.

Er bestaan echter grenzen. Bij ons kantoor bestaat ruime ervaring met dit soort zaken, denk bijvoorbeeld aan de zaak van Niels Kokmeijer, die in 2004 na een grove overtreding van een toenmalige Sparta speler ernstig beenletsel opliep.


Onze praktijk blijft groeien. Wij zoeken daarom advocaten met ervaring op het gebied van aansprakelijkheidsrecht en personenschade, en de ambitie zich daarin verder te verdiepen.


Functie-eisen:


• Bijna afgeronde stage

• Goede beheersing van de Nederlandse en Engelse taal

• Goed analytisch vermogen

• Praktisch en klantgericht

• Enthousiast

• Gevoel voor humor


Als u zich bij ons wilt aansluiten, stuur dan een sollicitatiebrief, curriculum vitae en cijferlijst naar:


Beer advocaten N.V.

T.a.v. Fenja R. Suikerbuik

Postbus 15755

1001 NG Amsterdam

suikerbuik AT beeradvocaten DOT nl



Soms is het noodzakelijk om je recht te halen via inschakeling van de rechter. Dat moet dan omdat een minnelijke regeling niet mogelijk is. Het voeren van een procedure bij de rechter vergt kennis van het procesrecht. Onze advocaten hebben zowel nodige kennis van dit procesrecht als ervaring met het procederen. Sinds 1 juli 2010 is de Wet Deelgeschillen van kracht, die voor de letselschadepraktijk van groot belang is. Deze wet maakt het mogelijk om de positie van slachtoffers en hun nabestaanden te versterken. Op een goedkope en snelle manier kunnen zij een belangrijk discussiepunt, dat rond de afhandeling van hun zaak is gerezen, voorleggen aan een rechter.

Voor meer hierover kunt u onderstaande pdf downloaden:


De deelgeschilprocedure; wat kunt u ermee?


Ons kantoor is opgericht door John Beer, die sinds 1977 als advocaat werkzaam is. Van meet af aan heeft ons kantoor zich beziggehouden met rechtshulp aan slachtoffers van ongevallen en medische fouten. Terwijl gespecialiseerde letselschadeadvocaten in de jaren tachtig voornamelijk werkzaam waren voor verzekeraars, heeft ons kantoor zich ten doel gesteld een dergelijke gespecialiseerde vorm van rechtshulp beschikbaar te maken voor slachtoffers. Daarbij is de keuze gemaakt uitsluitend voor slachtoffers op te treden. Sinds begin jaren negentig heeft ons kantoor zich ontwikkeld tot de huidige omvang. Daarbij is de signatuur van ons kantoor behouden gebleven. Wij blijven onvoorwaardelijk betrokken bij slachtoffers.


INFORMATIE VOOR GEDUPEERDE TREINPASSAGIERS


Op zaterdag 21 april 2012 vond in Amsterdam een treinongeval plaats. Rond 18.15 uur botsten twee treinen ter hoogte van het Westerpark frontaal op elkaar. Als gevolg van het ongeval is een persoon overleden en raakten ongeveer 120 passagiers gewond, waarvan meer dan 40 zwaar gewond.

Onderzoek door de Onderzoeksraad voor de Veiligheid is onmiddellijk aangevangen. Op grond van de resultaten van dat onderzoek zal te zijner tijd duidelijk zijn hoe het mogelijk was dat een van beide treinen op het verkeerde spoor reed.

Afhankelijk van de ernst van de veroorzaakte letsels en de omstandigheden van de betreffende passagiers zullen er vragen zijn omtrent hun juridische positie. Beer advocaten is bereid om die vragen te beantwoorden. U kunt voor meer informatie contact opnemen via vandensteenhoven AT beeradvocaten DOT nl of per telefoon
020 – 673 21 99.

Lees het volledige bericht hier.


Als iemand komt te overlijden door de schuld van een ander, is die ander daarvoor aansprakelijk. Deze aansprakelijke persoon kan dan ook jegens anderen onrechtmatig hebben gehandeld.

Niet iedereen die door de dood van een ander schade lijdt, kan deze schade echter op de aansprakelijke persoon verhalen. De Nederlandse wet biedt hiervoor beperkte mogelijkheden. De wet bepaalt wie in aanmerking komt voor schadevergoeding en beperkt bovendien welke vorm van schade voor vergoeding in aanmerking komt.

De wet kent geen recht op vergoeding van smartengeld voor naasten. De berekening van deze schade is doorgaans complex. Ons kantoor beschikt over ruime expertise op dit gebied en procedeert (indien nodig tot aan de Hoge Raad) veelvuldig op dit terrein.


Dieren kunnen onberekenbaar zijn. Daarom heeft de wetgever bepaald dat de bezitter of eigenaar van een dier dat schade veroorzaakt, aansprakelijk is voor de schade die door het onberekenbare gedrag wordt veroorzaakt.

Deze schade kan soms verstrekkende gevolgen hebben. Te denken valt hierbij bijvoorbeeld aan letselschade als gevolg van een trap van een paard, of een beet van een hond. De bezitter of eigenaar is vrijwel altijd aansprakelijk en moet de schade van het slachtoffer vergoeden.

Dit is een zogenoemde risicoaansprakelijkheid. Het gaat hier niet om schuld. Het hebben van het dier dat schade veroorzaakt, maakt dat je aansprakelijk bent. Ons kantoor heeft specialisten die zeer veel zaken op het gebied van dierenaansprakelijkheid behandelen.


Het regelen van een zaak op het gebied van personenschade is een kwestie voor specialisten. Slachtoffers hebben recht op bijstand door een advocaat en een medisch adviseur. Dat kost geld. Maar wist u dat:


• Een eerste gesprek bij Beer advocaten kosteloos en vrijblijvend is?

• Advocaatkosten beperkt zijn als u voor gesubsidieerde rechtsbijstand in aanmerking komt?

• Advocaatkosten in personenschadezaken - waarin niet wordt geprocedeerd - doorgaans volledig op de aansprakelijke partij te verhalen zijn?


Het BTW nummer is: NL8225.26.530.B.01.


Asbest is in de decennia na de Tweede Wereldoorlog in ons land op grote schaal gebruikt in de bouw en de industrie. Vele tienduizenden mensen zijn in deze periode blootgesteld aan dit voor de gezondheid schadelijke materiaal. Het gevolg is dat ieder jaar bijna 500 personen sterven aan asbestziekten. Ons kantoor is al meer dan vijftien jaar actief bezig met juridische hulp aan asbestslachtoffers en hun nabestaanden. Door deze ervaringen begrijpen wij wat het betekent om een naaste te verliezen aan mesothelioom of longkanker en hoe belangrijk de slachtoffers het vinden dat hun vroegere werkgever zijn verantwoordelijkheid neemt en een passende schadevergoeding betaalt. Niet alleen om de financiële gevolgen te compenseren, maar ook om hun verlies te erkennen.

Bekijk bij publicaties wat onze advocaten hebben geschreven over asbest en aansprakelijkheid.

beer advocaten op twitter beer advocaten in nederlands beer advocaten in english beer advocaten logo klein