De Nederlandse term Q-koorts is afgeleid van het Engelse Query fever, vrij vertaald: koorts met een vraagteken. De term stamt uit 1937, toen bij slachthuismedewerkers in de Australische stad Brisbane een mysterieuze koortsachtige ziekte uitbrak. Onderzoekers wisten aanvankelijk niet wat de oorzaak was. Na intensief onderzoek ontdekten de microbiologen Macfarlane Burnet en Herald Cox de bacterie die de ziekte veroorzaakte. Die bacterie heet sindsdien Coxiella burnetii. Hoe raak je besmet? Q-koorts is een zogeheten zoönose: een ziekte die van dier op mens overspringt. In Nederland zijn geiten en schapen de belangrijkste besmettingsbron voor de mens. De bacterie verspreidt zich via de lucht. Mensen raken besmet door inademing in de omgeving van besmette dieren. Besmette dieren scheiden de bacterie uit via de placenta en het vruchtwater, maar ook via urine, ontlasting en melk. De bacterie kan maanden tot jaren overleven in uitgedroogd materiaal en is bestand tegen hitte en veel ontsmettingsmiddelen. De meeste besmettingen vinden plaats tussen februari en mei, als geiten en schapen lammeren. Q-koorts is extreem besmettelijk, een kleine hoeveelheid bacteriën is genoeg om ziek te worden. Wat zijn de klachten Na besmetting kan het twee tot drie weken duren voordat klachten optreden. Dat gebeurt bij ongeveer 40% van de mensen die zijn besmet, de rest merkt niets. In eerste instantie lijken de verschijnselen op die van een zware griep: hoge koorts, hoofdpijn, gewrichtspijn en ernstige vermoeidheid. Veel mensen herstellen daarna. Bij een deel van de mensen treden complicaties op, waaronder longontsteking, leverontsteking (hepatitis) en hersenvliesontsteking. Ouderen, zwangeren en mensen met een verzwakt immuunsysteem of een hartklepafwijking lopen meer risico op een zwaar of dodelijk beloop. De sterfte door acute Q-koorts ligt op 1 tot 2%. Bij ongeveer 2% van de patiënten blijft de bacterie in het lichaam aanwezig. Dit noemen we chronische Q-koorts. De bacterie kan in dat geval levensgevaarlijke ontstekingen veroorzaken aan hartkleppen, vaatprothesen en gewrichtsprothesen. De sterftekans bij chronische Q-koorts is hoog: volgens de Nederlandse database die is bijgehouden sinds de uitbraak in de periode van 2007 tot 2010, overlijdt 29% van de patiënten met chronische Q-koorts. Het Q-koorts vermoeidheidssyndroom Een aparte en veelvoorkomende complicatie is het Q-koorts vermoeidheidssyndroom, afgekort QVS. Ongeveer een op de vijf mensen die een acute Q-koortsinfectie heeft doorgemaakt, ontwikkelt dit syndroom. Bij QVS is geen levende bacterie meer aantoonbaar, maar het immuunsysteem blijft overactief. De klachten zijn ingrijpend: extreme vermoeidheid, spierpijn, gewrichtspijn, concentratie- en geheugenstoornissen, slaapproblemen, hoofdpijn, wazig zicht, nachtzweten, kortademigheid, prikkelbaarheid, depressieve klachten en verminderde inspanningstolerantie. Het dagelijks leven, het werk en sociale contacten komen zwaar onder druk te staan. QVS heeft veel overeenkomsten met andere aandoeningen en infecties, zoals long COVID, de ziekte van Lyme en de ziekte van Pfeiffer. Of volledige genezing mogelijk is, is tot nu toe niet bekend. De Nederlandse uitbraak De grootste Q-koortsuitbraak ooit vond plaats in Nederland, tussen 2007 en 2010. Officieel werden ruim 4.000 besmettingsgevallen via laboratoriumonderzoek bevestigd. Onderzoekers van het RIVM schatten dat het werkelijke aantal besmettingen tussen de 40.000 en 50.000 lag. Veel van deze mensen ondervinden tot op de dag