Zaken die ertoe doen

Erkenning zonder compensatie: Balinese nabestaanden strijden voor wat hun toekomt

Tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog werden talloze Indonesische mannen zonder enige vorm van proces geëxecuteerd door Nederlandse militairen. De Nederlandse Staat heeft dat stelselmatige en extreme geweld inmiddels erkend en daarvoor publiekelijk excuses aangeboden. Toch krijgen de nabestaanden van deze mannen – inmiddels hoogbejaard – te horen dat zij niet in aanmerking komen voor compensatie. Linde Mayer staat dertien van hen bij. Wat er is gebeurd In de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog (1945 – 1949) voerde het Nederlandse leger operaties uit waarbij Indonesische mannen standrechtelijk werden geëxecuteerd. Geen aanklacht, geen verdediging, geen vonnis. De slachtoffers werden ter plekke gedood. In veel gevallen werd hun dood niet gedocumenteerd. Decennia later stelde de Nederlandse Staat de regeling ‘Contouren civielrechtelijke schikking ter vergoeding schade van kinderen van slachtoffers van standrechtelijke executies in het voormalige Nederlands-Indië’ vast. Deze regeling biedt kinderen van geëxecuteerde mannen de mogelijkheid een verzoek tot compensatie in te dienen. Onze cliënten maakten gebruik van die mogelijkheid. Hun verzoeken werden afgewezen. De impact De mannen die werden geëxecuteerd lieten kinderen achter. Die kinderen groeiden op zonder vader, zonder uitleg en zonder enige erkenning van wat hun families was aangedaan. Velen dragen de gevolgen daarvan hun hele leven al met zich mee. De afwijzing van hun verzoeken treft hen dan ook niet alleen financieel, maar vooral in waar het hen werkelijk om gaat: erkenning. Erkenning dat hun onrecht is aangedaan, en dat dit onrecht blijvende gevolgen heeft gehad. De Staat zegt dat onrecht te erkennen. De toepassing van de regeling laat iets anders zien. Een onhaalbare bewijslast De kern van het probleem ligt in de bewijsmaatstaf die de regeling hanteert. Om voor compensatie in aanmerking te komen, moeten nabestaanden aantonen dat de executie van hun vader is vermeld in gepubliceerde, openbare bronnen. Dat is juist waar het misgaat: standrechtelijke executies werden destijds vaak niet of niet herkenbaar gedocumenteerd. Daardoor zijn zij in veel gevallen niet terug te vinden in de bronnen waar de regeling om vraagt. De Staat erkent dat deze executies hebben plaatsgevonden, maar verlangt tegelijkertijd bewijs dat er meestal niet is. Dat brengt nabestaanden in een onmogelijke bewijspositie. Wat Beer advocaten doet Wij hebben de Staat verzocht om op korte termijn in overleg te treden. Dat overleg heeft twee doelen. Ten eerste moet de bewijsmaatstaf worden herzien. In de huidige vorm sluit deze juist de groep uit waarvoor de regeling bedoeld is. Ten tweede willen wij met de Staat bespreken welke bewijsmiddelen wél beschikbaar zijn en hoe deze op een zorgvuldige manier kunnen worden meegewogen. Wij wachten op een reactie van de Staat. Indien overleg niet tot een oplossing leidt, zullen onze cliënten zich beraden op verdere stappen. De urgentie is groot. Alle nabestaanden zijn op hoge leeftijd. Als de beoordeling van hun verzoeken te lang op zich laat wachten, dreigt de regeling haar doel voorbij te schieten. Hoe Linde Mayer naar deze zaak kijkt “Wat mij in deze zaak raakt, is de fundamentele tegenstrijdigheid in de opstelling van de Staat. Enerzijds erkent Nederland dat sprake is geweest van stelselmatig en extreem geweld

Tien jaar MH17: de strijd om erkenning en gerechtigheid

Op 17 juli 2014 stortte vlucht MH17 neer boven Oekraïne. Alle 298 inzittenden kwamen om het leven. Onder hen waren 196 Nederlanders. Voor de nabestaanden begon een periode van verlies, onzekerheid en jarenlange strijd om waarheid, erkenning en gerechtigheid. Wat er gebeurde en de impact op mens en samenleving Onderzoek door de Nederlandse Onderzoeksraad voor Veiligheid en het internationale Joint Investigation Team wees uit dat vlucht MH17 is neergehaald door een BUK-raket. Volgens dat onderzoek was de installatie kort voor de ramp overgebracht naar het gebied van waaruit het vliegtuig werd beschoten. Rusland ontkent tot op heden iedere betrokkenheid. Voor de nabestaanden is de impact van de ramp enorm. Sommigen verloren in één klap hun hele gezin. Voor veel families werd niet alleen een dierbare weggenomen, maar ook een basis van het dagelijks leven. Dat Rusland iedere betrokkenheid blijft ontkennen en geen waarheidsgetrouwe informatie deelt, maakt het verlies voor nabestaanden nog zwaarder. Vragen blijven bestaan. Was het een vergissing? Dacht men op een militair vliegtuig te schieten? Juist doordat antwoorden uitblijven, kunnen veel nabestaanden hun rouwproces moeilijk afsluiten. Ook in Nederland liet de ramp diepe sporen na. Door het grote aantal Nederlandse slachtoffers werd MH17 een gebeurtenis die niet alleen individuele families trof, maar vormt de ramp ook onderdeel van de Nederlandse geschiedenis. De belangen die op het spel staan In deze zaak staan de belangen van de nabestaanden voorop. Zij willen erkenning voor wat hun is overkomen, duidelijkheid over de toedracht en rekenschap van de verantwoordelijke partijen. Daarnaast raakt de zaak aan bredere vragen over internationale rechtsorde en rechtsbescherming. Voor nabestaanden is het van grote betekenis dat niet alleen nationaal, maar ook internationaal wordt uitgesproken wat is vastgesteld en welke verantwoordelijkheid daarbij hoort. Voor wie Beer advocaten opkomt Wij behartigen de belangen van bijna 300 nabestaanden van meer dan 100 slachtoffers van vlucht MH17. Dat doen wij in verschillende procedures, nationaal en internationaal. Onze inzet is vanaf het begin geweest om alle mogelijke juridische routes te benutten die konden bijdragen aan erkenning, waarheidsvinding en gerechtigheid voor onze cliënten. De juridische aanpak en de uitdagingen De juridische aanpak kende drie sporen, in de volgorde waarin zij speelden: onderhandelingen met de verzekeraar van Malaysia Airlines, een klacht bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, en een strafprocedure. Als eerste zijn namens nabestaanden onderhandelingen gevoerd met de verzekeraar van Malaysia Airlines. De luchtvaartmaatschappij draagt als vervoerder een eigen aansprakelijkheid op grond van het luchtvaartrecht. Op basis van die onderhandelingen zijn voor onze cliënten schadevergoedingsbedragen betaald. Daarna is namens nabestaanden een klacht ingediend bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens tegen Rusland. Dat was geen vanzelfsprekende stap. Er waren ook geluiden dat deze route weinig kans van slagen zou hebben. Toch hebben wij die klacht ingediend, omdat wij vonden dat deze weg bewandeld moest worden. De strafprocedure kende uitzonderlijke uitdagingen. Het ging om een zeer grote groep nabestaanden, met verschillende nationaliteiten en verschillende behoeften. In een reguliere strafzaak is er vaak direct en individueel contact met cliënten.

Een pijnstiller die pijn deed: hoe Vioxx-gebruikers hun gelijk haalden

Rond het jaar 2000 bracht farmaceutisch bedrijf Merck het middel Vioxx op de markt. Een pijnstiller die snel populair werd en even snel gevaarlijk bleek. Het bedrijf wist al voordat Vioxx voor patiënten werd geproduceerd dat het gebruik van dit middel het risico op hart- en herseninfarcten aanzienlijk verhoogde. Maar daarvoor waarschuwde het niet. Niet in de bijsluiter en niet bij de autoriteiten die Vioxx moesten goedkeuren. In 2004 haalde Merck Vioxx wereldwijd van de markt. Het was een van de grootste terugroepacties uit de farmaceutische geschiedenis. Onze cliënten hadden toen al een infarct doorgemaakt. Slachtoffers in Nederland, schikkingen in Amerika Wij traden op voor een grote groep Nederlandse slachtoffers. Mensen die Vioxx hadden geslikt en daarna een infarct kregen. Sommigen hielden blijvende gezondheidsschade over. In Amerika trof Merck schikkingen met gedupeerden. In Nederland wilde het bedrijf niet aan tafel. Merck maakte publiek dat het niet zou schikken vanwege Vioxx. Buiten Amerika deden zij dat in maar weinig landen. Wij gingen door. Duizenden ordners, één beslissend bewijsstuk Er waren twee cruciale dingen te bewijzen. Eerste: dat het infarct door Vioxx was veroorzaakt, en niet door een andere oorzaak. Tweede: dat Merck vóór de marktintroductie al wist van het verhoogde risico. Via de rechter vorderden wij de interne onderzoeksdocumenten van Merck. In een kamer zochten we in duizenden ordners naar wat er niet in de bijsluiter stond. Uiteindelijk vonden we de rapporten uit de onderzoeksfase, opgesteld voordat Vioxx op de markt kwam. Daaruit bleek dat Merck wist dat het middel het risico op een infarct zorgelijk vergrootte. Die informatie had het bedrijf niet gedeeld met de toezichthouders. De weg naar de onderhandelingstafel Om de aansprakelijkheid van Merck gerechtelijk vast te stellen als basis voor een schikking, selecteerden wij een aantal cliënten uit de groep als procesvoeders. Hun zaken stonden model voor de rest. De beslissende stap richting Merck werd gezet door een advocaat uit ons internationale netwerk. Zonder die opening waren de onderhandelingen niet van de grond gekomen. Dit toont het belang van internationale contacten aan bij zaken met een buitenlandse wederpartij. Terugblik “Dat de aanhouder wint, geldt zeker voor deze zaak,” zegt Christa Wijnakker. “Merck had publiek gemaakt dat zij niet zouden schikken vanwege Vioxx, en hebben dat maar in weinig landen buiten Amerika gedaan. Het raakte mij dat Vioxx in 2004 van de markt is gehaald vanwege het risico op infarcten, en het niet waarschuwen daarvoor. En dat Merck daarna lang geen verantwoordelijkheid wilde nemen richting Nederlandse slachtoffers.” Heeft u vragen over deze zaak? Neem contact op met Christa Wijnakker.

Bubbelbad, bacterie en een verdwenen stichting: de legionellazaak van de Westfriese Flora

Tussen 19 en 28 februari 1999 bezochten duizenden mensen de Westfriese Flora in Bovenkarspel, destijds de grootste bloemententoonstelling ter wereld. Wat een dagje uit was, werd een ramp. Circa 318 bezoekers raakten besmet met de legionella-bacterie. Zeker 32 van hen overleefden het niet. Wat er gebeurde Onderdeel van de Flora was een consumentenbeurs, waar onder meer bubbelbaden werden tentoongesteld. In een of meer van die baden had zich de legionella-bacterie ontwikkeld. De standhouder had geen chloor toegevoegd aan het water. De redenering: niemand zou toch in het bad gaan zitten. Die redenering pakte fataal uit. Legionellabacteriën verspreiden zich via waterdruppels in de lucht. Langs het bad lopen was genoeg om besmet te raken. Bij circa 318 bezoekers werd de door legionella veroorzaakte veteranenziekte vastgesteld. De ziekte veroorzaakte permanente longklachten. Zeker 32 mensen zijn aan de gevolgen overleden. Veel gedupeerden kwamen uit de regio West-Friesland. De gemeenschap voelde zich als geheel geraakt. Erkenning afdwingen Op verzoek van de Consumentenbond nam Beer advocaten de zaak op zich voor alle slachtoffers en nabestaanden. De standhouders die eigenaar waren van het besmette bubbelbad werden aansprakelijk gesteld. Ook de Westfriese Flora zelf en de Nederlandse Staat werden aangesproken, met als argument dat onvoldoende was gedaan om het gevaar van legionella in kaart te brengen en maatregelen te treffen. De Rechtbank Alkmaar wees in 2002 de vorderingen tegen de Flora en de Staat af. Zij vond dat alleen de standhouders onrechtmatig hadden gehandeld. Alle partijen gingen in hoger beroep. Drie bewijsproblemen De zaak kende een aantal hardnekkige obstakels. Het eerste was medisch: was het mogelijk om besmet te raken door simpelweg langs het bubbelbad te lopen? Dat moest onderbouwd worden. Het tweede was feitelijk: hoe bewijs je dat bezoekers ook daadwerkelijk op de Flora waren geweest? Veel slachtoffers hadden hun toegangskaartje contant gekocht en niet bewaard. Smartphones bestonden in 1999 nog niet; er waren nauwelijks foto’s. Het derde probleem was financieel en onverwacht. Een verdwenen stichting De verzekeraar van de aansprakelijk gehouden standhouder had de volledige verzekerde som uitgekeerd. Alleen niet aan de slachtoffers. Het geld, bijna 600.000 euro, was ondergebracht in Stichting Talpa, gevestigd in het oosten van het land. De stichting was opgericht door de standhouder en zijn verzekeraar, zogenaamd ten behoeve van de slachtoffers. Het bestaan ervan was jarenlang geheimgehouden. Toen de Consumentenbond het bestaan van Stichting Talpa ontdekte, spande zij een kort geding aan. De Rechtbank Zutphen veroordeelde de stichting om binnen drie maanden in overleg te treden met de Consumentenbond en een schadevergoedingsregeling vast te stellen. Er werd een onafhankelijk bewindvoerder benoemd. Die bewindvoerder stelde vast dat het geld in de stichting niet meer te vinden was. Verzekeraar betaalt opnieuw Na gesprekken met de verzekeraar besloot Nationale-Nederlanden tot een tweede uitkering, ditmaal direct ten behoeve van de slachtoffers, vermeerderd met rente. Een onafhankelijk bestuur beoordeelde de individuele aanspraken. Slachtoffers die konden aantonen dat zij op de Flora besmet waren geraakt en schade hadden geleden die nog niet op andere wijze was vergoed, kwamen in aanmerking voor een uitkering. Bij letselschade ging

Strijd om erkenning voor Q-koorts­slachtoffers

Tussen 2007 en 2010 werd Nederland getroffen door de grootste Q-koortsepidemie ter wereld. Duizenden mensen raakten besmet door een bacterie die door geiten werd verspreid. De gevolgen waren enorm: naar schatting 115 doden en duizenden ernstig zieken. Nog altijd ondervinden veel slachtoffers dagelijks de gevolgen van de besmetting. Wat er gebeurde en de impact op mens en maatschappij De Q-koortsuitbraak liet diepe sporen na. Veel slachtoffers kampen blijvend met ernstige vermoeidheid, concentratieproblemen en hartklachten. Werken of zelfs een normaal sociaal leven leiden is voor velen niet meer mogelijk. Ook gezinnen werden zwaar getroffen: partners werden mantelzorger, kinderen zagen hun ouders volledig uitgeput raken. Naast persoonlijk leed was er maatschappelijke onrust over de rol van de overheid: waarom duurde het zo lang voordat er werd ingegrepen? De belangen die op het spel staan De kern van deze zaak raakt aan vertrouwen in de overheid en de bescherming van de volksgezondheid. Slachtoffers vinden dat de Staat hen onvoldoende heeft beschermd en te laat maatregelen heeft genomen om de uitbraak te stoppen. De overheid beriep zich op beperkte kennis en beoordelingsvrijheid, maar de vraag is: wat wist de Staat destijds wél, en had sneller handelen duizenden besmettingen kunnen voorkomen? Voor wie Beer advocaten opkomt Beer advocaten vertegenwoordigt meer dan 250 Q-koortsslachtoffers die samen strijden voor erkenning en compensatie. Wij staan deze groep bij in hun hoger beroep tegen de Nederlandse Staat. Onze inzet is niet alleen juridisch, maar ook moreel: slachtoffers mogen niet nog een keer de dupe worden – ditmaal van een systeem dat zijn nalatigheid niet wil erkennen. De uitdaging: overheidsaansprakelijkheid De juridische uitdaging is groot. De overheid heeft namelijk een zekere vrijheid om besluiten te nemen op basis van de kennis die op dat moment beschikbaar is. De rechtbank Den Haag oordeelde eerder dan ook dat de Staat niet aansprakelijk is. Naar onze mening beschikte de Staat destijds al over voldoende informatie om sneller in te grijpen. Door dat niet te doen, heeft de Staat onrechtmatig gehandeld. Het plan van aanpak In het hoger beroep brengen wij zorgvuldig in kaart wat de overheid wist over de risico’s van Q-koorts en welke maatregelen wél mogelijk waren geweest. Wij bouwen het dossier stap voor stap op, met als doel het hof te overtuigen dat het oordeel van de rechtbank onjuist was. De zaak loopt nog – maar de inzet is helder Er is nog geen uitspraak in hoger beroep. Eerst moet worden vastgesteld dat de Staat aansprakelijk is. Pas daarna kunnen de individuele schadevergoedingen per slachtoffer worden beoordeeld. De verwachting is dat de procedure nog jaren zal duren, maar de vastberadenheid onder de slachtoffers is groot. Zoals Caroline van Kessel, voorzitter van Q-uestion, zei: “De uitspraak van de rechtbank was teleurstellend, maar we geven niet op. Het leven van Q-koortsslachtoffers is ingrijpend veranderd. Met Beer advocaten heb ik het gevoel dat we juridisch goed ondersteund worden en niet alleen staan in onze strijd om erkenning.” Waar het echt om draait Voor Beer advocaten is deze zaak meer dan een juridische strijd. Het

Massaschade door dumpen giftig afval

Wat is er gebeurd? In 2006 werd in opdracht van het oliebedrijf Trafigura een grote hoeveelheid giftig afval vanuit Amsterdam verscheept met het schip Probo Koala. Nadat verwerking in Nederland onmogelijk bleek, werd het afval naar Ivoorkust gebracht en illegaal gedumpt op open stortplaatsen in de stad Abidjan. Duizenden inwoners werden blootgesteld aan schadelijke dampen en chemische stoffen. De gevolgen waren ernstig: gezondheidsklachten, sterfgevallen en blijvende milieuschade. De impact op mens en milieu De ramp met de Probo Koala liet een spoor van verwoesting na. In de wijken rond Abidjan leden gezinnen aan misselijkheid, ademhalingsproblemen en chronische ziekten. Ook het milieu werd zwaar getroffen: bodem en grondwater raakten vervuild, waardoor landbouw en drinkwatervoorziening jarenlang zijn aangetast. Deze zaak toont pijnlijk aan hoe grensoverschrijdende milieuschade vooral kwetsbare gemeenschappen raakt, vaak ver buiten het zicht van de veroorzaker. De rol van Beer advocaten Beer advocaten staat de Stichting Victimes des Déchets Toxiques Côte d’Ivoire bij, die opkomt voor duizenden slachtoffers van de afvaldump. Wij voeren namens hen procedures in Nederland tegen Trafigura, om erkenning en compensatie af te dwingen. Onze betrokkenheid gaat verder dan juridische vertegenwoordiging: het gaat om het herstellen van vertrouwen in het recht. Want als een multinational elders schade veroorzaakt, mag dat niet onbestraft blijven. Juridische uitdagingen en strategie De zaak Probo Koala is juridisch complex. De feiten speelden zich deels in Nederland en deels in Ivoorkust af, wat vragen opriep over rechtsmacht en toepasselijk recht. In eerste instantie werd de Stichting in haar vorderingen niet-ontvankelijk verklaard. In 2020 besliste het Gerechtshof Amsterdam echter dat Trafigura wél in Nederland verantwoording moet afleggen. Het hof erkende dat de Nederlandse rechter bevoegd is om de claims van de slachtoffers te behandelen, een uitspraak die bij de Hoge Raad overeind bleef. Onze aanpak was stap voor stap: zorgvuldig onderbouwen dat Trafigura zich vanuit Nederland met het afvaltransport had bemoeid om vervolgens vast te laten stellen dat slachtoffers daardoor recht hadden op toegang tot de Nederlandse rechter. Belangen en betekenis De zaak raakt aan fundamentele waarden: mensenrechten, milieurecht en corporate responsibility. Beer advocaten behartigt in deze procedure niet alleen de belangen van de slachtoffers, maar ook het bredere belang dat bedrijven aansprakelijk worden gehouden voor milieuschade, ongeacht waar die zich voordoet. De uitspraak van het hof heeft betekenis voor toekomstige grensoverschrijdende milieuzaken. Zij bevestigt dat Nederland niet mag wegkijken wanneer vanuit hier beslissingen worden genomen die ergens anders grote schade veroorzaken. Wat deze zaak laat zien De Probo Koala-zaak laat zien dat massaschade niet altijd in eigen land plaatsvindt, maar dat rechtvaardigheid wel universeel moet gelden. Beer advocaten blijft zich inzetten voor gemeenschappen die de gevolgen van milieuschade ondervinden, waar ook ter wereld. Wil jij de veroorzakers van milieuschade aanpakken? Wil jij namens een collectief het recht inzetten om gedupeerden en hun leefomgeving te beschermen? Beer advocaten ondersteunt burgerinitiatieven, belangenorganisaties en ngo’s in hun strijd. Niet alleen juridisch, maar ook strategisch en organisatorisch. Heb je vragen over dit soort zaken, neem dan contact op met Bojan Dekker.

Oproepen

Wat ons bezighoudt

Ziek van social media: kan het platform aansprakelijk zijn?

Afgelopen maart kwam een jury in Los Angeles tot een historische uitspraak: zij hield Meta en Google aansprakelijk voor de socialmediaverslaving van een vrouw. De rechter wees een schadevergoeding van in totaal zes miljoen dollar toe, waarvan drie miljoen als compensatie voor het aangedane leed en drie miljoen punitieve schadevergoeding (bedoeld om de gedaagde te bestraffen), omdat de jury vond dat beide bedrijven met kwade opzet hadden gehandeld. Meta was verantwoordelijk voor zeventig procent van de schade, Google voor dertig procent.[1] Het is de eerste keer dat een jury in de Verenigde Staten dit soort schadevergoeding aan een individuele gebruiker toewees in een aansprakelijkheidsprocedure tegen een socialmediabedrijf. Hoe maakt social media ons verslaafd? Dat socialmediaverslaving bestaat, wordt inmiddels breed erkend. Platforms zijn gebouwd om gebruikers zo lang mogelijk aan het scherm te houden: oneindige scroll, notificaties, likes: allemaal ontwerpprikkels en algoritmische aanbevelingen die voortdurend inspelen op menselijke neigingen. Onderzoek van Bits of Freedom, gepubliceerd in maart 2026 en gefinancierd door het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie, bracht die mechanismen in kaart. De onderzoekers identificeerden negentien specifieke designtypes die online verslaving faciliteren, waaronder endless scroll, gamification, sociale druk en tijdelijke content.[2] Bits of Freedom concludeerde dat dit geen toevallige bijeffecten zijn, maar stuk voor stuk bewuste keuzes van deze socialmediaplatformen. Alles is ingericht met maar één doel: verslaving. Socialmediaverslaving wordt in Nederland nog niet als psychische aandoening erkend.[3] Dat maakt het fenomeen niet minder echt. Dat social media schade kan aanrichten, is in Nederland in ieder geval al wel zichtbaar. Uit het Nationale Social Media Onderzoek 2026 van Newcom, uitgevoerd onder meer dan zesduizend respondenten, blijkt dat 2,6 miljoen Nederlanders zich door social media minder gelukkig voelen. 5,5 miljoen proberen hun gebruik te verminderen. Newcom ziet een duidelijke samenhang: intensiever gebruik gaat samen met lager fysiek en mentaal welzijn én een grotere zorgvraag.[4] Is er ook in Nederland juridisch iets te doen tegen deze platformen? De Amerikaanse uitspraak heeft geen directe werking in Nederland. Maar ze illustreert iets wat ook hier juridisch relevant zal worden: dat platforms verantwoordelijk kunnen worden gehouden voor de schade die hun producten aanrichten. In Europa bestaat een juridische basis voor aansprakelijkheid. Sinds 17 februari 2024 is de Digital Services Act (DSA) van kracht. Deze verordening verplicht grote platforms om de risico’s van hun eigen algoritmes in kaart te brengen en te beperken. De AI Act, waarvan veel regels op 2 augustus 2026 in werking treden, legt daarnaast verplichtingen op aan systemen die content genereren of aanbevelen. Ook van de aankomende Europese Digital Fairness Act wordt in dit kader verdere regulering verwacht. Bits of Freedom stelt voor dat deze verordening verslavend ontwerp expliciet moet reguleren, met de nadruk op autonomie en consent als uitgangspunt. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de mogelijkheid voor gebruikers om verslavende functies uit te zetten. De eerste resultaten van deze wetgeving zijn al zichtbaar. Op 6 februari 2026 stelde de Europese Commissie voorlopig vast dat TikTok met zijn verslavende ontwerp mogelijk de DSA schendt. Daarbij noemt de Commissie precies de mechanismen die in het publieke debat

De tabaksindustrie vraagt bescherming tegen zichzelf

“Er is meer regelgeving nodig om kinderen te beschermen tegen nicotinegebruik”, aldus Philip Morris (https://www.pmi.com/markets/netherlands/nl/over-ons/onze-visie). Wat zegt één van de grootste tabaksfabrikanten hier? Zorg dat er meer regelgeving komt om uw kinderen te beschermen tegen onze producten. Ik moest dit even op mij laten inwerken. PMI produceert willens en wetens producten, waarvan zij zelf aangeeft dat er meer regelgeving moet komen. En waarom? Zodat de rookvrije generatie kan worden gerealiseerd. Een interessant stukje heeft betrekking op volwassen rokers: “Volwassen rokers moeten wat ons betreft de mogelijkheid krijgen om zich goed te informeren over betere keuzes dan het doorroken van sigaretten. Op die manier kunnen zij een goed geïnformeerde keuze maken en kan de rookvrije generatie daadwerkelijk worden bereikt.” PMI, wat dacht u van een fonds om stopprogramma’s te betalen? Wat dacht u van een ontmoedigingsbeleid? Wat dacht u ervan om vapes onaantrekkelijk te maken, zodat jongeren niet starten met nicotinegebruik? Wat dacht u van een fonds om artsen betaald voorlichting te kunnen geven op scholen. U weet wel die artsen die dat nu in hun eigen tijd doen. Wat dacht u ervan om uw lobby (u weet wel die duizenden niets aan de maatschappij bijdragende profiteurs in dienst van uw industrie, die Brussel overspoelen) (https://npo.nl/start/video/de-tabakslobby/meer-informatie) anders of niet in te zetten? Uw tentakels in de politiek reiken ver, u zit bij elkaar op schoot. De benoeming van Ole Heil tot Directeur External Affairs op 9 mei 2023 spreekt boekdelen. Ole Heil komt van VWS en in uw verklaring noemt u het een logische stap. Roken is schadelijk voor de gezondheid, zegt u zelf, en u bent voor een rookvrije generatie. Wat dacht u ervan zich uit te spreken tegen verkoop van rookwaren en vapes in winkels waar kinderen graag komen, zoals de Primera? Die winkel die voor 40% in eigendom is van uw industrie… Toegegeven dat is niet Phillip Morris, misschien heeft u zich toch los kunnen maken van de as van het kwaad. We zijn drie jaar na de aanstelling van Ole Heil. Eens even kijken wat heeft PMI precies bewerkstelligd? Pointer: “uit data-onderzoek van Pointer blijkt dat de tabaksindustrie tabakszaken opent pal naast de supermarkt. 83 procent van de door Philip Morris gesteunde tabakszaken staat zelfs binnen honderd meter (https://pointer.kro-ncrv.nl/hoe-de-tabaksindustrie-de-effecten-van-het-supermarktverbod-om-zeep-helpt). en “Ongeveer een derde van de nieuwe tabaksspeciaalzaken in Nederland opende met steun van Philip Morris. De tabaksreus financiert grote delen van de inrichting of verbouwing van de winkel, geeft trainingen aan winkelpersoneel over de voordelen van verhitte tabak en biedt ondersteuning door het sturen van vertegenwoordigers die klanten informeren over (tabaks-)producten. Dit onthulde Distrifood in 2024.” Hoe verhoudt zich dit precies met uw boodschap op uw website? Niet? Oh u wilt toch geld blijven verdienen met uw ziekmakende producten en een nieuwe generatie verslaafd maken, want dat is nu eenmaal uw verdienmodel, zoals u zelf in de uitzending van Pointer zegt. Ik interpreteer uw oproep dan ook als een verzoek aan de overheid. Een verzoek dat in een Rechtbank nog wel eens wordt gedaan na een moord

Wanneer gaat de overheid ouders helpen om hun kinderen te beschermen tegen de tabakslobby?

“Als je niet gaat roken voor je 18e betalen wij je rijbewijs” Een belofte die door mijn ouders werd gedaan. Mijn ouders waren niet de enigen, veel van mijn vrienden kregen een vergelijkbare belofte. Het was ook toen al bekend dat een sigaret geen functie heeft anders dan het verslaafd maken en bijgevolg veroorzaken van kanker en andere vreselijke ziektes. Als ouders wil je je kinderen beschermen, zeker tegen één van de grootste gevaren die op de loer liggen en blijvende schade veroorzaakt, de tabakslobby. Een heel kleine duit in het zakje werd toen nog gedaan door de overheid… een Sire-reclame met de boodschap “maar ik rook niet”. U kent hem misschien nog wel. ‘Maar ik rook niet’… de boodschap was: je kind kon de meest rare fratsen uithalen, als hij maar niet rookte, want dat was nog erger https://www.youtube.com/watch?v=6JiBM0_BvCo. Konden we de sigaret maar volledig wegdenken of op zijn minst volledig buiten het zicht van ieder kind laten. Daar moeten we toch van geleerd hebben. Voorkomen is immers beter dan genezen. Twintig jaar later heeft de tabaksindustrie toch een nieuwe weg naar jongeren gevonden. Een nieuwe weg die nog veel verslavender is en ouders opnieuw hoofdpijn en slapeloze nachten bezorgt. “Meestal neem ik midden in de nacht nog een lurkje”. Inmiddels hoef ik niet meer uit te leggen wat door jongeren hiermee wordt bedoeld https://www.rtl.nl/nieuws/binnenland/artikel/5541842/nederlandse-tieners-zo-verslaafd-dat-ze-s-nachts-wakker-worden-op. De overheid laat het weer gebeuren. Ondanks de internationale verplichting om bij haar besluitvorming het belang van kinderen op de eerste plaats te zetten nagenoeg geen actie. Had de overheid niet de ambitie van een rookvrije generatie…Ging zij geen maatregelen nemen om jongeren te beschermen? (https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2022/12/02/extra-maatregelen-voor-rookvrije-generatie). Is het überhaupt een optie voor de overheid om kinderen te beschermen of een verplichting? De vraag stellen is hem beantwoorden. Het RIVM heeft recent weer een onderzoek gedaan https://www.nu.nl/binnenland/6394401/rivm-wil-na-smaakjes-ook-aantrekkelijke-kleuren-weghalen-van-vapes.html. De felle kleuren maken vapes aantrekkelijker net zoals smaakjes… In het artikel staat ook dat de vorm van de vape invloed heeft op de aantrekkelijkheid van de vape en de vape wordt gezien als een modeaccessoire… Werkelijk…? Wat een schokkende uitkomsten. Elke marketingexpert, of beter gezegd iedereen die wel eens iets met marketing heeft gedaan, of beter gezegd iedereen, had dit kunnen vertellen. Maar misschien heeft de overheid dan nu toch eindelijk het licht gezien? Gaat zij eindelijk over tot een stelsel, waarbij kinderen daadwerkelijk actief beschermd gaan worden tegen de tabaksindustrie? In mijn vorige blog schreef ik al over de gewiekste verkoopstrategie van de tabaksindustrie https://www.linkedin.com/feed/update/urn:li:activity:7442964844363972608/. Wellicht komt het RIVM over een paar jaar tot de ‘schokkende’ conclusie dat de stroman van de tabaksindustrie, de Primera, ook invloed heeft op de aantrekkelijkheid van de vapes voor jongeren. Nogmaals benadrukt: het concept Primera is 40% in eigendom van de tabaksindustrie. De tabaksindustrie molt zich eenvoudig een weg in het brein van onze kinderen. Kijkers van ‘Wie is de mol’ zullen denken: als de hints zo duidelijk worden dan is het niet meer leuk. Maar de overheid lijkt een blinde vlek te hebben. Of een blinde vlek te simuleren,