Afgelopen maart kwam een jury in Los Angeles tot een historische uitspraak: zij hield Meta en Google aansprakelijk voor de socialmediaverslaving van een vrouw. De rechter wees een schadevergoeding van in totaal zes miljoen dollar toe, waarvan drie miljoen als compensatie voor het aangedane leed en drie miljoen punitieve schadevergoeding (bedoeld om de gedaagde te bestraffen), omdat de jury vond dat beide bedrijven met kwade opzet hadden gehandeld. Meta was verantwoordelijk voor zeventig procent van de schade, Google voor dertig procent.[1] Het is de eerste keer dat een jury in de Verenigde Staten dit soort schadevergoeding aan een individuele gebruiker toewees in een aansprakelijkheidsprocedure tegen een socialmediabedrijf.
Hoe maakt social media ons verslaafd?
Dat socialmediaverslaving bestaat, wordt inmiddels breed erkend. Platforms zijn gebouwd om gebruikers zo lang mogelijk aan het scherm te houden: oneindige scroll, notificaties, likes: allemaal ontwerpprikkels en algoritmische aanbevelingen die voortdurend inspelen op menselijke neigingen.
Onderzoek van Bits of Freedom, gepubliceerd in maart 2026 en gefinancierd door het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie, bracht die mechanismen in kaart. De onderzoekers identificeerden negentien specifieke designtypes die online verslaving faciliteren, waaronder endless scroll, gamification, sociale druk en tijdelijke content.[2] Bits of Freedom concludeerde dat dit geen toevallige bijeffecten zijn, maar stuk voor stuk bewuste keuzes van deze socialmediaplatformen. Alles is ingericht met maar één doel: verslaving.
Socialmediaverslaving wordt in Nederland nog niet als psychische aandoening erkend.[3] Dat maakt het fenomeen niet minder echt. Dat social media schade kan aanrichten, is in Nederland in ieder geval al wel zichtbaar. Uit het Nationale Social Media Onderzoek 2026 van Newcom, uitgevoerd onder meer dan zesduizend respondenten, blijkt dat 2,6 miljoen Nederlanders zich door social media minder gelukkig voelen. 5,5 miljoen proberen hun gebruik te verminderen. Newcom ziet een duidelijke samenhang: intensiever gebruik gaat samen met lager fysiek en mentaal welzijn én een grotere zorgvraag.[4]
Is er ook in Nederland juridisch iets te doen tegen deze platformen?
De Amerikaanse uitspraak heeft geen directe werking in Nederland. Maar ze illustreert iets wat ook hier juridisch relevant zal worden: dat platforms verantwoordelijk kunnen worden gehouden voor de schade die hun producten aanrichten.
In Europa bestaat een juridische basis voor aansprakelijkheid. Sinds 17 februari 2024 is de Digital Services Act (DSA) van kracht. Deze verordening verplicht grote platforms om de risico’s van hun eigen algoritmes in kaart te brengen en te beperken. De AI Act, waarvan veel regels op 2 augustus 2026 in werking treden, legt daarnaast verplichtingen op aan systemen die content genereren of aanbevelen. Ook van de aankomende Europese Digital Fairness Act wordt in dit kader verdere regulering verwacht. Bits of Freedom stelt voor dat deze verordening verslavend ontwerp expliciet moet reguleren, met de nadruk op autonomie en consent als uitgangspunt. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de mogelijkheid voor gebruikers om verslavende functies uit te zetten.
De eerste resultaten van deze wetgeving zijn al zichtbaar. Op 6 februari 2026 stelde de Europese Commissie voorlopig vast dat TikTok met zijn verslavende ontwerp mogelijk de DSA schendt. Daarbij noemt de Commissie precies de mechanismen die in het publieke debat al langer worden bekritiseerd: oneindige scroll, autoplay, pushmeldingen en een sterk gepersonaliseerd aanbevelingssysteem. Volgens de Commissie had TikTok beter moeten onderzoeken en beperken hoe deze functies kunnen leiden tot compulsief gebruik en schade aan het fysieke en mentale welzijn van gebruikers, in het bijzonder ten aanzien van minderjarigen en kwetsbare volwassenen.
Dit alles creëert, ook in Nederland, juridische aanknopingspunten voor aansprakelijkheid. Als een platform verplicht is om verslavende mechanismen in te zien en te beperken, maar dat niet doet, kan een slachtoffer daar in een civiele procedure iets mee. Europese normen zullen in zo’n procedure behulpzaam zijn om vast te stellen dat socialmediaplatforms onrechtmatig handelen tegen hun gebruikers. Als een rechter tot die conclusie komt, dan moet het aansprakelijke platform de schade van de gebruiker vergoeden.
Waar moeten wij in Nederland dan aan denken? Kosten van psychologische behandeling als gevolg van de verslaving zullen voor vergoeding in aanmerking komen. Ook valt te denken aan een bedrag aan smartengeld, voor het leed dat gebruikers is aangedaan of schadevergoeding omdat een gebruiker door zijn socialmediaverslaving minder werkt, of helemaal niet meer kan werken. De zes miljoen dollar die de jury in Los Angeles toewees zal daarbij niet snel worden bereikt, maar in voorkomende gevallen kunnen schades in Nederland ook fors oplopen.
Schade moet worden betaald door de veroorzakende partij
Een zaak zoals in Los Angeles zagen wij in Nederland nog niet. Maar ook in Nederland zijn er kansen. De DSA, handhaving door de Europese Commissie en de aangekondigde Digital Fairness Act maken duidelijk dat platforms verantwoordelijkheid dragen voor de risico’s van hun ontwerpkeuzes. Het is wachten op de eerste Nederlandse zaak waar die verantwoordelijkheid via de rechter wordt afgedwongen.
Als platforms geld verdienen aan ontwerpkeuzes die gebruikers willens en wetens ziek maken, hoort de schade niet bij die gebruikers te blijven liggen, maar voor rekening en risico van de veroorzaker te komen.
[1] https://nos.nl/artikel/2607819-jury-in-vs-stelt-meta-en-google-aansprakelijk-voor-socialemediaverslaving.
[2] Caroline Sinders en dr. Romanye Gad el Rab, Exploratory study of Addicting Design, Bits of Freedom/Convocation Research + Design, maart 2026
[3] Volgens de DSM-5 (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, vijfde editie), het internationaal leidende handboek voor het classificeren van psychiatrische aandoeningen.
[4] Noord-Limburg Business, ‘Social media in Nederland: groei zet door, maar zorgen en “tegenwind” nemen toe’, noordlimburgbusiness.nl.


